OKV2009.3
De Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België bezitten wereldwijd de grootste verzameling werken van Magritte. Dit geldt zowel voor de continuïteit - alle periodes van de kunstenaar zijn ruim vertegenwoordigd - als voor de diversiteit van de collectie: naast schilderijen omvat de verzameling eveneens tekeningen, gouaches, affiches, publicitair werk, brieven, foto's, beeldhouwwerk, films en andere documenten.
Boven: René Magritte, Le Baiser (De kus), 1938, olie op doek, 60 x 74 cm
Midden: René Magritte, La Magie noire (Zwarte magie), 1945, olie op doek, 79 x 59 cm
Onder: René Magritte, La Voleuse (De dievegge), 1927, olie op doek, 101 x 72,6 cm
De collectie heeft een geschiedenis: weloverwogen aankopen en genereuze giften. Het museum is zeer gelukkig hier hulde te brengen aan hen die daartoe hun bijdrage hebben geleverd. Dat zijn eerst en vooral Georgette Magritte en Irène Hamoir-Scutenaire, die aan de Koninklijke Musea enkele meesterwerken hebben nagelaten die het Magritte Museum zijn glans geven. Mogen ook alle andere schenkers de pagina's die volgen lezen als een blijk van dankbaarheid: mevrouw Germaine Hergé-Kieckens, de Provincie Brabant, de heer Maurice Rapin en mevrouw Mirabelle Dors. Aan deze namen dienen ook baron en barones Gillion Crowet toegevoegd te worden, die naast de bruikleengeving van hun verzameling symbolisme en art-nouveau, ook hun werken van Magritte in langetermijnbewaring aan het museum hebben toevertrouwd.
Deze unieke collectie verdiende echt wel een ereplaats in de hoofdstad van Europa. Al sinds 1984 maakte Philippe Roberts-Jones, destijds hoofdconservator van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, van de Magritte-zaal een van de sterke punten van het Museum voor Moderne Kunst. Sindsdien groeide de verzameling alsmaar aan om ook de andere museumverdiepingen te 'veroveren'. In 2005 kwam de toekomst van de collectie in een stroomversnelling terecht. Dankzij de heer Charly Herscovici, voorzitter van de Magritte Stichting, kwamen de eerste contacten tot stand met de verantwoordelijken van de Frans-Belgische groep GDF SUEZ in Parijs. Toen ontstond het idee om het Hotel Altenlob op het Koningsplein voor een toekomstig Magritte Museum te bestemmen. De band tussen Suez en Magritte is trouwens niet nieuw. De groep had al de magistrale, door de Magritte Stichting georganiseerde tentoonstelling Magritte en de fotografie ondersteund, ter gelegenheid van de 175ste verjaardag van België. Iets langer geleden, maar toch nog levendig in onze herinnering ligt de grote retrospectieve bij de honderdste verjaardag van de kunstenaar, die georganiseerd werd door de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België.
Op basis van een eerste ontwerp werd het concept verfijnd. Zo kreeg het museumproject vorm in een originele formule van competentiemecenaat, die een definitief kader kreeg bij de komst van Sabine Laruelle als federaal minister voor Wetenschapsbeleid. Op 28 februari 2008 vond, in aanwezigheid van de pers, de ondertekening plaats van de overeenkomst tussen enerzijds de federale staat, vertegenwoordigd door vice-premier Didier Reynders, bevoegd voor de Regie der Gebouwen, en door minister Sabine Laruelle, bevoegd voor wetenschapsbeleid, en anderzijds GFD SUEZ, vertegenwoordigd door de voorzitter-directeur-generaal Gérard Mestrallet en ten slotte de Magritte Stichting, vertegenwoordigd door voorzitter Charly Herscovici. Op 27 mei 2 008 werd het begin van de werkzaamheden aangekondigd met de installatie van een groot gedecoreerd zeil door GDF SUEZ. Nadat de werken van Magritte tentoongesteld waren in Como, Seoul, Peking, Parijs, Rotterdam en Milaan, krijgen ze nu een vaste stek in het centrum van Brussel. De opgestelde werken doorlopen het volledige parcours: vanaf de geboorte van de schilder in 18 98 tot zijn overlijden in 1967. Het werd ingericht door Winston Spriet met assistentie van Martial Prévert en beslaat vijf verdiepingen.
Hoewel de Magritte-collectie van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België de belangrijkste ter wereld is, leek het toch nodig om ze uit te breiden. Dankzij de vriendschappelijke medewerki ng van Charly Herscovici hebben meerdere Belgische en buitenlandse musea en verzamelaars dit streven ondersteund met bruiklenen of uitwisselingen, zodat u als bezoeker ook minder bekende prachtstukken kunt ontdekken.
Eén partnerschap is daarbij bijzonder veelbelovend voor de toekomst: de samenwerking tussen de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten en de Menil Foundation in Houston, geleid door Josef Helfenstein. Het is deze belangrijke Amerikaanse instelling, waarvan de kern werd geconcipieerd door Renzo Piano, die aan de basis ligt van het eerste ruimere wetenschappelijke werk over Magritte. De vijf volumes van de wetenschappelijke catalogus onder leiding van de betreurde David Sylvester, en gepubliceerd tussen 1992 en 1997, vormen tegelijk een unieke bron van informatie en een documentatiebasis, die de Koninklijke Musea in nauwe samenwerking met de Menil Foundation zullen vervolledigen en valoriseren.
Het partnerschap met GDF SUEZ en met de Magritte Stichting is voor de Koninklijke Musea van doorslaggevend belang. Deze samenwerking, die garant staat voor deskundigheid en uitmuntendheid, biedt aan Brussel, als stad en hoofdstedelijk gewest, en bovendien aan de federale staat als geheel een hefboom voor culturele en economische ontwikkeling, een motor van intellectueel leven en een toeristische referentie. Midden in het centrum van de stad en van Europa, op het Koningsplein, een met geschiedenis en herinneringen beladen plek, krijgt Magritte erkenning van een cultuur die hij sterk beïnvloedde met zijn denkwijze, die tegelijk genereus en subversief was, tegelijk poëtisch en kritisch.