Meer dan een half miljoen soldaten van het Britse leger verpoosden tijdens Wereldoorlog I in Talbot House achter de Ieperse frontstreek in Poperinge. Weg van de gruwel van de zompige loopgraven. Eventjes konden ze gewoon weer mens zijn. Doodgewoon als thuis aan een tafel zitten en in een echt bed slapen. Een partijtje biljarten, in de tuin kuieren, een boek lezen of een debat bijwonen. Vandaag brengt Talbot House het verhaal van de Tommy's in Every Man's Club en van het leven achter de frontlijn.

Helend groen

'Come into the garden and forget about the war' nodigt een muurbordje in de ruime hall van Talbot House uit. "De tuin, de grootste kamer van het huis, moet zowat een van de weinige plekken geweest zijn waar nog groen gras en bomen groeiden," merkt educatief medewerker Dries Chaerle op. Die aanblik van groen moet helend geweest zijn en stond in schril contrast met de grijze modder en het desolate kapotgeschoten landschap van de 'Ypres Salient' of 'Ieperboog' met alleen nog zwartgeblakerde boomstronken. "De tuin van Toc H, zoals de seingevers Talbot House noemden, is sindsdien nauwelijks veranderd. Behalve dan het paviljoentje dat begin jaren '30 werd opgetrokken als sanitair complex," vervolgt onze gids Chaerle. Nu is het paviljoentje ingericht als presentatieruimte met foto's en een audiovisuele montage die de geschiedenis van Talbot House in beeld brengen.

Every Man's Club

Die geschiedenis begint in december 1915 wanneer aalmoezenier Philip Clayton in opdracht van de Britse legerleiding een soldatenclub in Poperinge opent. Het soldatenhuis kreeg de naam Talbot House mee, als herdenking aan Gilbert Talbot, de jonge broer van hoofdlegeraalmoezenier Neville Talbot, die sneuvelde op 30 juli 1915. Talbot House was een 'Every Man's Club', een huis voor iedereen. Opmerkelijk: in het hele huis werd de strenge legerhiërarchie aan de kant geschoven, verloren klassenverschillen van de burgermaatschappij hun betekenis. De meest onwaarschijnlijke vriendschappen konden er opbloeien. Tegelijkertijd was Toc H 'a home from home' vol rust en vrede. Er was een tea-bar en een winkeltje op het gelijkvloers, de prachtige tuin. Er stond een piano en een biljart, er werd gelachen en gezongen. Op de verdieping was een bibliotheek, en in de schrijfkamer werd menige brief naar huis geschreven. Langs een steile trap ging het tot helemaal boven in het huis, naar de 'Upper Room', de zolderkapel. "Tijdens de spraakmakende debatten en lezingen die in Toc H werden ingericht, stonden maatschappelijke problemen in de kijker. Die moesten de militairen weer aansluiting geven met het burgerleven," weet Chaerle. "Er werden proffen van Oxford en Cambridge uitgenodigd." Ze onderhielden de Tommy's over politiek, architectuur, ethiek, topografie... En er werden grote debatten gehouden over de zin en onzin van de oorlog. Ook items als het vrouwenstemrecht en multiculturele thema's kwamen aan bod. Zo was er de brandende kwestie of West-Indiërs, die aan de zijde van het Britse leger streden, ook toegang moesten krijgen tot Talbot House. En ja, dat moest zo werd beslist.

Chinezen

Al gauw groeide Toc H uit tot soldatenhuis waar een bont gezelschap van Brits-koloniale gasten vertoefde. Chaerle: "Ook Chinezen zijn in Talbot House geweest." In het kleurrijke Talbot House viel altijd wel iets te beleven, er hing een onbeschrijfelijk thuisgevoel. Daar tekende Philip Clayton voor, de kleine gezette aalmoezenier die omwille van zijn 'tonvormige' verschijning al snel Tubby werd genoemd. Vandaag lijkt zijn ziel onveranderd in Toc H rond te zweven en slingert de rondborstige Tubby Clayton de nietsvermoedende bezoeker zijn vlijmscherpe fijnzinnige Britse humor in het gezicht. 'To pessimists way out' wijst een bordje in de hall van Talbot House zwartkijkers resoluut de deur. Het hele huis is bezaaid met fijnzinnige spreuken van de gedreven Tubby. Niets of niemand leek de opmerkelijke aalmoezenier te kunnen stoppen. Wanneer in het voorjaar van 1918 heel Poperinge en dus ook Talbot House ontruimd moest worden, zet Tubby in een vijftal houten hutten de werking van het huis onverdroten voort. Op en top Brits doopt hij zijn geïmproviseerde Talbot House om in 'Talbot Park'. Zelf verbleef Tubby een tijdlang in één van die barakken en raakte er zo aan verknocht dat hij ze na de wapenstilstand liet verschepen naar Engeland, naar de tuin van zijn ouderlijk huis. Vandaag is de hut heropgebouwd in het badhuis-paviljoentje.

Concert Hall

In 1917 beleefde Talbot House het toppunt van zijn succes. Met de voorbereiding van de derde slag bij leper, toen veel nieuwe Britse manschappen naar de Westhoek kwamen, barstte Talbot House langzaam maar zeker uit zijn voegen. Gelukkig werden vanaf december 1916 de mogelijkheden van het aanpalende hopmagazijn ontdekt. Dat gaf nieuwe ademruimte. De zolderkapel in Talbot House bleek steeds vaker te klein. Daarom werden de eucharis­tievieringen voortaan in het grote magazijn gehouden. Dat Talbot House over dergelijk hopmagazijn beschikte, is niet toevallig: Poperinge is dé hoppestad bij uitstek. Al snel bood de opslagplaats ook ruimte aan meer werelds vertier en kreeg het de allure van een socio-cultureel centrum avant la lettre. Zo werden er schaaktornooien en whist drives ingericht, maar even goed sinter-klaasfeestjes voor Poperingse kindertjes. Dan weer deed de hopzolder dienst als cinemazaal en werden voor de soldaten films gedraaid.

De eerste verdieping van het hopmagazijn werd ingenieus omgebouwd tot een 'Concert Hall'. Er werd een artistiek directeur aangesteld, en er was een vast huisorkest. Avond na avond stond een grote waaier aan activiteiten op het programma. In de winter van 1917 werd een vast toneelgezelschap opgericht. Komedianten, voordrachtskunstenaars, goochelaars en illusionisten verrasten de soldaten met hun kunnen en tekenden voor een magische sfeer temidden een wereld vol van waanzinnige vernieling en droefenis. Vandaag kan de bezoeker op de eerste verdieping voluit proeven van die betoverende sfeer. In een Engelse productie onder leiding van Lester Simpson, bekend van de vredesconcerten Passendale, evoceren acteurs en muzikanten een toenmalige concert party. Het scenario is gebaseerd op bronnenmateriaal uit het Talbot House-archief, flink doorspekt van Britse humor, terwijl muzikanten instrumenten uit die tijd bespelen. Dat alles maakt de evocatie van de concert party levensecht. Voor even, want de lichtvoetige toon wordt al snel gesmoord in de aanpalende ruimte van de concert hall. De sfeer van het magisch feeërieke sprookje wordt hier ingeruild voor een bezinning over oorlog en vrede. Hier ligt het Liber Vitae opengeslagen, een register met de trieste stoet van namen van de jonge Tommy's van Talbot House die op de slagvelden van de Ieperboog sneuvelden en nooit meer terugkeerden.

Little Paris

Tijdens het krijgsgewoel veranderde het eens zo rustige provinciestadje Poperinge tot dé draaischijf van de Britse sector en hét zenuwcentrum van het militaire leven. In 1917 verbleven ongeveer 250.000 manschappen in de omgeving van de stad. "Bij het begin van de oorlog werden huizen opgeëist voor het onderbrengen van de legertroepen, maar dat lokte beschietingen uit. Vandaar dat naar andere mogelijkheden werd uitgekeken. Het duurde niet lang of de omliggende weides van Poperinge lagen bezaaid met legertenten," zegt Chaerle. Poperinge was de laatste halte voor de Ieperse slagvelden enkele kilometers verderop, en tegelijkertijd de eerste halte achter de frontlijn. Het provinciestadje werd omgetoverd in een bruisende smeltkroes van Brits-koloniale culturen.

Daartussen probeerde de lokale bevolking te overleven door handel te drijven, een koffiehuisje te openen, of te gaan werken in dienst van het leger. Al snel werd Poperinge omgedoopt tot 'Little Paris' en 'Klein Soho'. De gelijkvloerse verdieping van het hopmagazijn schetst een beeld van dit leven achter het front in onbezet gebied. Hier wordt het brede verhaal opgehangen van de soldaten in de rustkampen, de medische zorg in de veldhospitalen, het zwoegen van de Chinese koelies bij de uitbouw van de oorlogsinfra-structuur, van de intelligence officers die zich buigen over stafkaarten en foto's van vijandelijke troepenbewegingen. Ook het verhaal van de burgers, hun handeltjes, de vrouwen in de legerwasserijen komt uitgebreid in beeld. Elk thema wordt opgehangen aan een centrale figuur. Voorts is uitvoerig geput uit verhalen uit eerste hand, foto's, tekstfragmenten uit dagboeken en brieven. "De bezoeker wordt aangesproken door de mensen, de getuigen zelf. En dat geeft een grote betrokkenheid," verzekert Chaerle.

Friendship's Corner

Ook de Tommy's zelf konden na de oorlog Toc H moeilijk loslaten. Er groeide een heuse Toc H-beweging met pluralisme, verdraagzaamheid, en respect als sleutelwaarden. In Londen en andere Britse steden werden huizen opgericht; en in zowat alle landen van het Britse Rijk kwamen mensen samen die Talbot House in het begin hadden gekend. Ogenblikkelijk na de oorlog al groeide het huis in Poperinge, dat inmiddels weer door de eigenaar betrokken werd, uit tot een pelgrimsoord voor de oud-soldaten en hun families. In 1923 bood zich zelfs een groep van meer dan achthonderd pelgrims aan. Enkele jaren later, in 1929 ziet de Toc H-beweging haar kans schoon en koopt majoor P. Slessor het voormalige Poperingse 'home from home'.

Vandaag nog komen er jaarlijks 25.000 bezoekers en is het een huis voor iedereen, waar je zelfs kan overnachten. Veel van de oorspronkelijke sfeer is hier bewaard gebleven. In de hal van het huis hangt nog steeds de kaart van Ieper en omgeving zwart van de soldatenvingers die destijds op de kaart toonden waar zij in de Ieperboog gevochten hadden. Al even aangrijpend is de Friendship's Corner, een lijst met zoekertjes van soldaten in de hoop zo hun vriend of broer op het spoor te komen. Recent kwam een Britse man in Talbot House, nooit had hij kunnen vermoeden dat hij hier de naam van zijn grootoom zou lezen. Ook vandaag is Talbot House nog altijd een beetje thuiskomen.

Download hier de pdf

OKV2005.1 Huis van oorlog en vrede.pdf