Belgische archeologen vinden en onderzoeken de oudere bouwfase van cultusbeelden op het Paaseiland.

Wat hebben het museumschip Mercator, aangemeerd in Oostende, en het Brusselse Jubelparkmuseum, een luttele honderd kilometer landinwaarts, met elkaar gemeen? Een reis van duizenden zeemijlen, naar een piepklein eiland in de Stille Oceaan. In de jaren dertig voer het voormalige opleidingsschip Mercator naar het verre Paaseiland. Het bracht toen unieke objecten mee die er voor hebben gezorgd dat de Musea voor Kunst en Geschiedenis nu over een van de mooiste collecties over het Paaseiland wereldwijd beschikken. Wetenschappers van de KMKG doen sinds enkele jaren opnieuw onderzoek naar de geschiedenis van het Paaseiland, of Rapa Nui.

Pater Damiaan en Paaseiland

Pou Hakanononga nu in het KMKG te Brussel, Mercator

Pou Hakanononga nu in het KMKG te Brussel

De Mercator, gebouwd begin jaren dertig en in 1961 uit de vaart genomen, was dertig jaar lang in gebruik als opleidingsschip van de koopvaardijvloot. Tegenwoordig vaart het schip, in 1996 beschermd en kort daarna volledig gerestaureerd, alleen nog maar uit voor speciale evenementen. De rest van de tijd ligt het in Oostende, en kunnen de tienduizenden bezoekers die er jaarlijks aan boord komen, een idee krijgen van hoe zo'n schip er uitziet en functioneert. Ze leren er hoe het opleidingsschip voor de Tweede Wereldoorlog vooral werd ingezet bij wetenschappelijke ondernemingen, zoals het verzamelen van specimen voor het Museum voor Natuurwetenschappen in Brussel. De bekendste reizen van de Mercator zijn die in 1936 naar het melaatseneiland Molokai, waar het de stoffelijke resten ging oppikken van Pater Damiaan, die daar in 1889 was overleden. En de trip twee jaar eerder naar het Paaseiland. Wat de toeristen aan de Belgische kust natuurlijk niet kunnen ervaren, is hoe het voelt om met zo'n schip weken onderweg te zijn.

Op het Paaseiland moest de Mercator de leden oppikken van een Frans-Belgische wetenschappelijke expeditie, onder leiding van de Zwitserse etnoloog Alfred Metraux en van de Belg Henry Lavachery, die er gedurende enkele maanden onderzoek verrichtten. Lavachery was kunsthistoricus, verbonden aan de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis. Hij had zich op het mysterieuze eiland vooral beziggehouden met het optekenen en bestuderen van de petrogliefen, tekeningen op rotsen. Lavachery had zich ook altijd erg bekommerd getoond om de bewoners van de leprakolonie op het Paaseiland, een bekommernis die ook John Fernhout in zijn filmverslag uit die periode toont. Fernhout draaide er een documentaire in opdracht van niemand minder dan cineast Henri Storck, die de beelden ook monteerde. Een paar jaar geleden trok Lavachery's kleinzoon Thomas weer naar het Paaseiland, om er op zijn beurt te filmen en de 'laatste getuigen' van het verblijf van zijn opa te ontmoeten.

Het team onder leiding van archeoloog Dirk Huyge: zoeken naar contexten op het Paaseiland, Mercator,

Het team onder leiding van archeoloog Dirk Huyge: zoeken naar contexten op het Paaseiland

God van de tonijnvissers

In een achterafzaaltje van het Jubelparkmuseum wordt de expeditie uit het interbellum nog steeds geëvoceerd en kan u enkele van de beelden bewonderen die door de wetenschappers werden meegenomen. Er is prachtig houtsnijwerk bij, in de jaren dertig gemaakt door een artiest die in de traditie van Rapa Nui werkte, maar die er toch in slaagde zijn sculpturen een zekere individualiteit mee te geven. Niet alleen dat maakt de collectie bijzonder - de beelden die een toerist nu van op het Paaseiland kan meebrengen, zijn naar verluidt immers veel kitscheriger. Maar ook de aanwezigheid van de bijna zes ton zware stenen kolos Pou Hakanononga zorgt er voor dat de Jubelparkverzameling speciaal is.

Deze 'God van de tonijnvissers', eveneens door de expeditie meegebracht, wijkt af van de gebruikelijke stenen beelden op het Paaseiland, de moai, waarvan even verder in de Jubelparkzalen een replica staat opgesteld. Pou Hakanononga is om te beginnen kleiner, heeft een veel ronder hoofd en werd vervaardigd uit basalt, een steensoort die minder gemakkelijk erodeert dan de tufsteen van de andere beelden. Wellicht werd de 'God van de tonijnvissers' door de expeditieleden uitgekozen omdat hij vlak bij de zeelijn lag in het dorpje Hanga Roa, op korte afstand van de ankerplaats van de Mercator. Zijn naam, bekend bij de toenmalige bevolking, dankt het beeld vermoedelijk aan het feit dat bij de plaats waar het indertijd stond opgesteld, de tonijnvangst meestal zeer behoorlijk was. Het moet heel wat moeite hebben gekost om Pou Hakanononga aan boord van de Mercator te hijsen. Het verhaal wil dat de kolos op een bepaald ogenblik pardoes in het water terechtkwam.

Kwamen ze uit de hemel?

75 jaar na zijn kidnapping naar de andere kant van de wereld, wekte Pou Hakanononga opnieuw de belangstelling van wetenschappers. Een team van het Jubelparkmuseum onder leiding van archeoloog Dirk Huyge toog in 2001 met steun van de National Geographic Society voor het eerst weer naar het Paaseiland. Niet om er opnieuw vondsten te gaan ophalen voor het Jubelparkmuseum - die komen nu gelukkig in het plaatselijke museum terecht. Wél om meer te weten te kunnen komen over de context van het beeld. Want in de jaren dertig van de vorige eeuw had men nagelaten om die grondig te documenteren. Huyge, die vooral in Egypte opgraaft, gaat er immers van uit dat de vele mysteries waarmee het Paaseiland graag wordt omgeven, voor een groot deel uit onwetendheid voortspruiten.

Al heeft de geïsoleerde ligging van het Paaseiland of Rapa Nui in de Stille Zuidzee uiteraard ook iets met die geheimzinnigheid te maken. Het heeft zelfs tot beweringen geleid als zouden 'extra-terrestials' de moai hebben opgetrokken. Het eiland, 'ontdekt' door Jacob Roggeveen op Paasdag 1722, ligt op drieduizend kilometer van de dichtst bijgelegen bevolkingscentra, Tahiti en Chili, land waartoe het Paaseiland momenteel staatkundig behoort. Toch is men het er ondertussen wel over eens dat de bevolking die de stenen beelden bouwde, niet uit de hemel kwam neergedaald, noch van Latijns-Amerikaanse afkomst was, zoals Thor Heyerdahl nog beweerde, maar wel van Polynesische origine. Over het precieze moment van hun overkomst is minder zekerheid: meestal wordt het jaar 400 vooropgesteld. "Men heeft houtskool gevonden die men in die periode dateert, maar die net zo goed afkomstig kan zijn van een natuurlijke bosbrand. Er bestaat wél zekerheid dat werktuigen die men aan de noordzijde van het eiland heeft gevonden uit de periode 800 - 1000 dateren," zegt Dirk Huyge. De typische moai op de grootste opgravingssites, zo weet men, moeten zijn gebouwd in de vijftiende - zestiende eeuw, het hoogtepunt van de megalithische cultuur op het eiland. Veelal beschouwt men ze als voorouderbeelden die de Rapa Nui in staat stelden om te dialogeren met hun voorouders, en die hen beschermden.

Mercator

Speuren naar de context

Dat Roggeveen in 1722 nauwelijks nog een levende ziel op het eiland aantrof, wijt men nu onder meer aan een ecologische ramp vrij kort voor diens aankomst. Misschien door een lichte klimaatswijziging, maar bijna zeker ook door overbevolking, ontstond er een tekort aan hout op het eiland. Dat moet vroeger een weelderige begroeiïng hebben gehad, maar heeft nu een kaal, desolaat uitzicht. De overbevolking en het daarmee gepaard gaand voedseltekort moeten hebben geleid tot gewelddadigheden, een terugloop van het bevolkingsaantal en een veel ruwere samenleving.

Maar Huyge weerlegt dat het om een ecocide, een 'volkerenmoord' door een ecologische ramp, zou zijn gegaan. "Er kwam een andere, ruwere samenleving, die evenwel nog steeds functioneerde. Maar later zijn de inwoners als slaven meegevoerd naar Peru, waaronder de intelligentsia. De enkelingen die terugkeerden, brachten pokken mee, zodat er op een bepaald ogenblik maar een honderdtal overlevenden op Rapa Nui zijn gebleven." De moai die op het eiland door de eerste bezoekers achteraf werden aangetroffen, lagen overigens alle neer. Diegene die nu rechtstaan, zijn opnieuw rechtgezet voor de toeristen.

De archeologische speurtocht naar de context waarin Pou Hakanononga werd gevonden, is voor de Belgische wetenschappers intussen uitgegroeid tot een zoektocht naar de onbekende (bouw-)geschiedenis van Rapa Nui, naar de periode tussen 400 of 1000 enerzijds, de vijf­tiende en zestiende eeuw anderzijds. "We willen te weten komen wat er voorafging aan dat hoogtepunt van de megalithische cultuur in de vijftiende-zestiende eeuw. Pou Hakanononga is eerst bedolven geweest onder een nieuw, jonger bouwwerk, maar daarna door omstandigheden weer vrijgekomen. We vonden het stenen podium terug waarop het beeld eertijds heeft gestaan, en konden het met behulp van de radiocarboonmethode dateren in de late dertiende eeuw, of de daaropvolgende eeuw," vertelt Huyge. Het maakt de God van de tonijnvissers tot het oudste gekende beeld van het Paaseiland, wat misschien zijn afwijkende vorm verklaart. Verbeeldt hij ook een voorouder? En werd hij dan later een baken voor vissers die wisten dat de tonijn in zijn buurt rijkelijk aanwezig was?

Voorzichtige vragen

Het succes van die ene vondst zorgde er in ieder geval voor dat vanuit België een financiering voor vier jaar bijkomend onderzoek werd verstrekt. Dus trokken de wetenschappers de voorbije jaren enkele keren opnieuw naar Rapa Nui, om er op verschillende locaties terreinprospecties te doen. Aan de zuidkust van het eiland, in Viri o Tuki, vond men de funderingen van een ander cultusplatform, opnieuw uit het eind van de dertiende eeuw of de veertiende eeuw. Deze ahu bevond zich op een spectaculaire plek, aan de rand van een rotsklif dertig meter boven het niveau van de zee - en was begrijpelijkerwijs aan erosie onderhevig geweest. Op de oostelijke punt van het eiland, dat wordt gevormd door de vulkaan Poike, werd eind vorig jaar onder de overblijfselen van een platform uit de klassieke periode, opnieuw een ouder platform ontdekt. Het is nog niet helemaal gedateerd, maar vermoedelijk komen we weer in de dertiende-veertiende eeuw terecht.

In afwachting van de resultaten en uiteindelijk wellicht een monografie over deze oudere bouwfase, waagt Dirk Huyge zich wel al aan enkele voorzichtige vragen op basis van het onderzoek. Dat de Paaseilanders nieuwe platformen en nieuwe beelden plaatsten op oudere - zoals ook bij Pou Hakanononga het geval was - kan volgens hem op twee tegengestelde manieren worden geïnterpreteerd. Of men wou de prestaties van eerdere generaties uitwissen en de tijdelijkheid van het gewijde karakter van cultusplatformen en beelden aangeven. Of, en dat is even plausibel, moest de recyclage van het oude materiaal juist voor een religieuze continuïteit zorgen en een overdracht van waarden symboliseren.

Misschien wordt de allerverste reis, wel die om de denkwereld van de oude Rapa Nui te bereiken.

Download hier de pdf

De allerverste reis van de Mercator.pdf