Fietsen op de kruin van de Scheldedijk in Klein-Brabant, met aan de ene zijde de schitterende rivier en aan de andere kant het donkere polderland.

Klein-Brabant en de kronkelende Schelde

De naam Klein-Brabant zou gegeven zijn aan het Land van Bornem, dat in het graafschap Vlaanderen lag, maar oorspronkelijk behoorde tot het gebied van het hertogdom Brabant. Vandaag omvat Klein-Brabant drie gemeenten: Bornem, Puurs en Sint-Amands. Een ideale manier om dit unieke stukje Vlaanderen te verkennen is met de fiets de Scheldedijk route volgen.  Het is een gesloten parcours van 43 kilometer dat je op eender welke plek kan starten.
Het is zalig fietsen door de Klein-Brabantse beemden met in het binnengebied rijen knotwilgen en canada's, groen lover en bloemkoolvelden, boerderijen met over de hoevegracht mispelaars en kweepeerbomen. Dit is een inspirerend landschap waar heel wat pleinairisten hun schildersezel hebben neergezet.

Emile Verhaeren

Op de kaai in Sint-Amands herinnert alles aan Emile Verhaeren (1855-1916), de bekendste Klein-Brabander. De schrijver hield zo van de Schelde dat hij aan de oever van 'zijn' stroom wenste begraven te worden. Het graf werd in 1927  ingewijd.
In het midden van de Scheldekaai te Sint­ Amands prijkt sinds 1985 het standbeeld van Emile Verhaeren. Beeldhouwer Leopold Van Esbroeck heeft de schrijver voorgesteld in een zwierige  houding als voordrager met vurige zeggingskracht.  Wat verder langs de Scheldedijk staat het beeld De Veerman, geïn­spireerd op Verhaerens bekende gedicht Le Passeur d'eau.
Wie veel meer wil weten over leven en werk van de schrijver kan terecht in het Provinciaal Museum Emile Verhaeren, ondergebracht op de eerste verdieping van het Dorpshuis De Leeuw in de Kerkstraat van Sint­ Amands.

Natuur en nog meer schrijvers

Voorbij de Scheldebocht van Sint-Amands ligt Mariekerke, geboorteplaats van priester-dichter Jan Hammenecker. Verderop volgt een stuk rustige natuur. In het kleine Weert is de wissenteelt nog van enig belang en hier en daar is er nog een wijmenveld, met die mooie kleurovergang van geel naar boven roodachtig uitlopend, of een aan plant met grove wij men, net een plantage van laagstamknotwilg.
Achter de bocht verschijnt de kleine begroeide stenen molenromp van het, vanwege oorlogse smokkelactiviteit in de volksmond genoemde 'dievenmoleke'. Aan de overzijde zien we de monding van de Durme en het standbeeld dat herinnert aan Filip de Pillecijn, de 'prins van de Vlaamse letteren'.
Even verder in Weert, wat weg van de dijk, ligt het Streekmuseum De Zilverreiger. Het geeft een beeld van de verdwenen Scheldevisserij, de klompenmakerij en de vlasteelt.

De Notelaer

Hier en daar zie je in het dijkenlandschap opnieuw notelaren. Eens stonden ze met honderden aan de voet van de dijk. De Klein­ Brabanders verzamelden de okkernoten en verscheepten ze naar Engeland, waar ze verwerkt werden in de befaamde Engelse pickles.  In de Eerste Wereldoorlog gingen de notelaren tegen de grond omdat hun hout bijzonder geschikt was voor geweerkolven. De Notelaer is de naam van een frivool bouwwerk aan de dijk in Hingene, waar het Toeristisch Recreatief Onthaalcentrum onderdak heeft gevonden. Het merkwaar­dige paviljoen, dat deel uitmaakt van het kasteel van de familie d'Ursel, werd opge­trokken in 1791-94. Bouwmeester Charles de Wailly ontwierp een fantasierijk zomerhuis in classicistische  stijl. Zes Dorische kolommen dragen in het dijkgedeelte vijf gewelfbogen, waarin in halfverheven beeld­ werk de Schelde en haar bi rivieren zijn voorgesteld.  Het boeiende verhaal van het paviljoen De Notelaer en het kasteel van Ursel is te ontdekken in De tuinen van Hingene tussen Schelde, Rupel en Vliet, een nieuwe erfgoed­gids die de Provincie Antwerpen heeft gepubliceerd, samen met Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen.