Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen zal gedurende een jaar een selectie van zijn mooiste tekeningen en prenten tonen in diverse ensembles. In de zalen "Ensor en de modernen" wordt een aangepaste ruimte ingericht waar om de vier maanden een nieuwe keuze van ongeveer dertig werken uit het rijke aanbod van de prentencollectie zal ontsloten worden voor het publiek.

Marc Chagall, Bij het raam, 1927-28, dekverf,

Marc Chagall, Bij het raam, 1927-28, dekverf, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen

Kwetsbaar

Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen bewaart ongeveer 3.600 tekeningen en andere werken op papier. De verzameling omvat werken van Dominique Ingres, Lawrence Alma Tadema, Wilhelm von Kaulbach, Edward Burnes-Jones, Xavier Mellery, Edgar Degas, August Rodin, Henri Evenepoel, Leon Spilliaert, Edouard Vuillard, James Ensor, Rik Wouters, Marc Chagall en Karel Appel.

Lange tijd kregen prenten, aquarellen, pas­tels en tekeningen niet dezelfde status als schilderijen en sculpturen. Pas op het einde van de negentiende eeuw beschouwden sommige kunstenaars en verzamelaars te­keningen als kunstwerken van dezelfde rang en waarde. Zo toonden de jaarlijkse ten­toonstellingen van Les XX te Brussel vanaf 1884 voor het eerst schilderijen van Renoir, Monet, Ensor, Gauguin of Seurat naast wer­ken op papier van Redon, Whistler, Mellery en Ensor.

Vele tekeningen, prenten en andere kunst­werken op papier leiden een sluimerend bestaan in laden en donkere ruimtes van de museumreserve. Zij verdragen geen licht, zijn uiterst gevoelig voor te droge of te voch­tige lucht en zijn te fragiel om veel gemani­puleerd te worden. Kortom zij liggen, ook in musea, meestal ver weg van een publieke ruimte en kunnen hoofdzakelijk enkel door wetenschapsvorsers op aanvraag bekeken worden.

Lawrence Alma-Tadema, Nehalia Populus, aquarel en witte dekverf op grijs gespikkeld papier,

Lawrence Alma-Tadema, Nehalia Populus, aquarel en witte dekverf op grijs gespikkeld papier, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen

August Rodin, Naakt, potlood en aquarel, Léon Spilliaert, Zelfportret, aquarel,

Links: August Rodin, Naakt, potlood en aquarel

Rechts: Léon Spilliaert, Zelfportret, aquarel

Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen

 

Ensor, Evenepoel, Rodin, Spilliaert, Wouters...

In tegenstelling tot het prentenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek te Brussel dat voornamelijk de geschiedenis van de grafi­sche kunsten wil documenteren, is de rijke verzameling van de KMSKA ontstaan om de permanente collectie schilderkunst te ver­sterken. De verzameling bevat enkele unieke stukken van Breughel, Jordaens, Degas en Redon, maar vooral enkele ongeëvenaarde ensembles. Zo zijn er meer dan 800 ont­werptekeningen van Nicaise De Keyser voor de decoratie van de zogenaamde De Keyserzaal van het KMSKA.

Van James Ensor bezit het museum meer dan 600 schetsen en composities. De te­keningen onthullen vaak de 'verborgen aspecten' van zijn werkwijze: studies naar het leven, kopieën naar oude en moderne meesters (Rembrandt, Turner, Delacroix en Manet). Ensor kopieerde hoofdzakelijk van reproducties en niet naar oorspronkelijke kunstwerken en had interesse voor techniek én inhoud. Door samenvoegen van meerdere schetsen op één blad maakte hij nieuwe, vaak ironische composities. Vooral de reeks chinoiserieën, getekend in de jaren 1885 - 1887, zijn door het accentueren van het es­sentiële en de vloeiende omtreklijn de uit­drukking van een geheimzinnige wereld van demonen, tovenaars, skeletten en monsters. Ze zijn als het ware een inleiding op zijn maskertijd in de schilderkunst. In de teke­ningen van Ensor is de algemene evolutie in zijn werk te ontdekken.

Xavier Mellery, De ziel der dingen, wit en zwart krijt, Koninklijk Museum vaar Schone Kunsten Antwerpen

Xavier Mellery, De ziel der dingen, wit en zwart krijt, Koninklijk Museum vaar Schone Kunsten Antwerpen

De periode 1880 - 1885 wordt gekenmerkt door een impressionistisch getint realisme. Hij vulde vele schetsboeken met studies, meestal in zwart krijt, naar zijn directe omgeving. Uit de kamers van het ouderlijk huis in Oostende en vanuit zijn zolderatelier tekende hij het straatleven in levendige en rake krijttrekken, maar ook voorwerpen binnenskamers lijken bezield en soms zelfs fantastisch.
Wie niet vertrouwd is met het werk van Evenepoel, kent hem toch als een schilder van kinderportretten. Zijn modellen waren zoon­tjes en dochtertjes van vrienden en bekenden en vooral de kinderen van zijn nicht Louise-Henriette, Sophie en Charles. In zijn tekenin­gen weet hij de vluchtigheid en de verganke­lijkheid van de momenten uit een kinderleven vast te leggen met zachte potloodtrekken: soms zijn ze wazig en onbepaald, dan weer haarfijn. In mei 1897 bezocht hij een tentoon­stelling van vrouwen- en kinderportretten op de Quai Malaquais te Parijs. Zijn respect en waardering aldaar voor de oudere meesters (Reynolds, Hals, Greuze en Goya) weerhield hem niet om een eigen vlotte soepele potlood­lijn te hanteren waar het momentane meester­lijk wordt gevat in een ongedwongen pose. Hier blijft Evenepoel duidelijk niet in de scha­duw van Manet of Whistler staan.

Auguste Rodin domineert de beeldhouw­kunst bij de overgang van de negentiende naar de twintigste eeuw, niettegenstaande de hevige tegenstand bij de pers en het publiek. Hij creëert een gedreven realisme, verankerd in de traditie van de Grieks-Romeinse beeldhouwkunst, maar voert de dramatiek op door tegenstellingen in de pose en licht-schaduweffecten in de textuur van klei of brons te accentueren. Rodin liet een groot aantal tekeningen na die studies van houdingen en beweeglijk­heid voor zijn beelden genoemd mogen worden. De KMSKA bezit zeven potlood- en aquarelstudies van vrouwelijke naakten. In enkele trefzekere potloodtrekken wordt de vaak gedurfde pose van het model in de ruimte van het blad vastgelegd. Door nadien de tekening bij te schilderen met warme waterverftinten wordt de sensualiteit van het soepele lichaam verhoogd. Sommige van deze aquarellen slaan een brug naar het Weense expressionisme van Egon Schiele en Gustav Klimt.

Charles Mertens, Zeeuws paar, pastel, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen 

Charles Mertens, Zeeuws paar, pastel, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen 

Ook het debuut van Léon Spilliaert viel samen met de eeuwwisseling. Bij het on­derzoek naar het werk van Spilliaert verwijst men gemakkelijk naar de dialectiek tussen het symbolisme en het expressionisme in het werk van Edward Munch.

Eén van de thema's die beide kunstenaars gemeen hebben is de uitdrukking van de angst en de eenzaamheid van het individu. Bij Spilliaert is de reeks zelfportretten die hij schildert in Oost-Indische inkt en opgehoogd met pastel of krijt een auto­biografisch verslag en vaak letterlijk een spiegel van het zelfonderzoek. Spilliaerts zelfportretten zijn introspectieve evocaties van de dialogen die hij met zijn 'ik' in deze observerende spiegeling uitvoert. Afgebeeld op kniehoogte in het centrum van de compo­sitie is hij letterlijk en figuurlijk het middel­punt van de introspectie. Zijn doordringende blik dwingt ons echter deelgenoot te worden van zijn eigen innerlijke nerveuze bewogen­heid.

Rik Wouters is de meest markante figuur onder de Brabantse fauvisten. In de Vlaamse kunst heeft niemand op even exuberante wijze het leven en de liefde verheerlijkt. In snelle rake toetsen legt hij de innigheid en beweeglijkheid van zijn geliefd model vast: al snel schakelt Rik over van houtskool naar het soepele penseel en de mysteri­euze diepte van het fluweelzwart van Oost-Indische inkt. De KMSKA bezit een 35-tal aquarellen waar zijn levensgezellin Nel de enige hoofdrol lijkt te spelen.

Pieter Bruegel I, Landschap met pelgrims, pentekening in bruin, deels met bister gewassen,

Pieter Bruegel I, Landschap met pelgrims, pentekening in bruin, deels met bister gewassen, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen 

Een rijke collectie

De rijkdom van deze collectie zit hem niet in een weloverwogen aankoopbeleid, maar veeleer in de generositeit van verschillende verzamelaars. In 1912 schonk H. Hymans een verzameling van 100 tekeningen van ver­schillende kunstenaars, gaande van Alma-Tadema tot Floris Jespers. De collectie N. De Keyser werd door zijn dochter in 1922 geschonken. De 41 teke­ningen van de hand van H. De Braekeleer werden in 1926 door A. Van de Nest gelega­teerd en 37 werken van Rik Wouters door L. van Bogaert in 1989. Enkele jaren voordien, in 1986, ontving het museum van Galerie Ronny Van de Velde 150 werken op papier van Paul Joostens. De 550 tekeningen van James Ensor zijn alle door een vorige hoofd­conservator W. Vanbeselaere in 1951 bij één particulier gekocht ter gelegenheid van een retrospectieve tentoonstelling gewijd aan Ensor.

Tot 25 november 2005 kan het publiek mondjesmaat kennismaken met een strenge selectie van het allermooiste uit dit pren­tenkabinet. Omwille van conservering en behoud van deze fragiele werken op papier worden zij per dertig stuks getoond en om de vier maanden afgewisseld door een nieu­we selectie. Jammer genoeg is er geen ten­toonstellings-catalogus, noch een audiogids. Maar voor de liefhebbers verwijzen wij graag naar de catalogus van tekeningen, aquarel­len en prenten uit de negentiende en twin­tigste eeuw, uitgegeven door het KMSKA.

Karel Appel, Dier en kind op blauwe achtergrond, 1953, gouache, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen

Karel Appel, Dier en kind op blauwe achtergrond, 1953, gouache, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen 

Praktische informatie

KONINKLIJK MUSEUM VOOR SCHONE KUNSTEN ANTWERPEN, Leopold de Waelplaats, 2000 Antwerpen  

Download hier de pdf

Het allermooiste uit prentenkabinet.pdf