OKV2022.1
‘Middeleeuws’ blijft een populair synoniem voor ‘barbaars’. In de collectieve verbeelding is heksenvervolging dan ook een middeleeuws fenomeen. Met de themafocus Heksen avant la lettre zet het KBR museum deze misvatting recht en biedt het een boeiende inkijk in het verrassend veelzijdige middeleeuwse vrouwbeeld. De Bourgondische librije omvat vrouwelijke heiligen en vrome heldinnen, beroemde schrijfsters en beruchte intrigantes, schipperend tussen misogynie en devotie.
Jean Tinctor, Invectives contre la secte de vauderie (Gescheld op de sekte van de Waldenzen), Zuidelijke Nederlanden (Brugge), tussen 1460 en 1467, ms 11209, fol. 3r
Hekserijtafereel: Waldenzen aanbidden een bok, belichaming van de duivel, en aan het firmament voeren twee demonen aanbidders en aanbidsters van Satan aan om getuige te zijn van hekserijen.
Hekserij was een vrij zeldzaam fenomeen in de Bourgondische Nederlanden. Het woord heks dook zelfs pas vanaf de zestiende eeuw op in de Nederlandse taal. Ook lang daarna bleef de genderneutrale term ‘toverie’ dominant, maar op het einde van de vijftiende eeuw zorgden demonologische traktaten zoals de Malleus Maleficarum (Heksenhamer), ervoor dat magie toch geleidelijk aan strikter met deviante vrouwen werd geassocieerd. Desondanks bleven grote vervolgingen in onze contreien uit tot de zeventiende eeuw. In 1592 had de Spaanse koning Filips II een brief geschreven naar de autoriteiten in zijn Lage Landen waarin hij geestelijke en wereldlijke autoriteiten opriep hekserij te bestraffen. Aartshertogen Albrecht en Isabella herhaalden het belang van een strikte vervolging, wat zich vertaalde in een stijgend aantal heksenverbrandingen in de regio. De dodentol was hoog. Recente schattingen variëren tussen de 2.800 en 3.900 slachtoffers in de Zuidelijke Nederlanden. En dat in tijden van renaissance, humanisme en wetenschappelijke revoluties. De vlammen zouden uiteindelijk pas in de achttiende eeuw gedoofd worden.
Zulke grootschalige vervolgingsgolven kwamen niet voor tijdens de Bourgondische middeleeuwen. Een opvallende uitzondering was de zogenaamde Vauderie d’Arras, een spectaculair proces tegen de ketterse Waldenzerbeweging in 1459 in het graafschap Artesië. Wat begon met de beschuldiging van een paar verschoppelingen, mondde uit in een groepsproces waarbij rijke kooplieden, schepenen en zelfs een oud-kamerheer van hertog Filips de Goede beschuldigd werden. Twaalf mensen, mannen en vrouwen, eindigden uiteindelijk op de brandstapel nadat ze bekenden te hebben deelgenomen aan obscene Sabbatvieringen waarbij ze een zwarte geit vereerden en seksuele zonden pleegden. In 1431 hadden Bourgondische troepen dan weer de legendarische legeraanvoerster Jeanne d’Arc opgepakt en uitgeleverd aan de Engelsen, die haar op verdenking van ketterij tot de brandstapel veroordeelden.