Zohaast men de naam van sint Hubertus uitspreekt, denkt eenieder spontaan aan een jager die, te midden van een bos, vóór een groot hert knielt; elkeen ziet meteen, althans in zijn verbeelding, het wonderbaar kruis dat tussen de twee hoornen van het hertegewei prijkt.
Die vrij algemene reactie van de mensen is normaal, omdat de meeste kunstenaars sedert vijfhonderd jaar de heilige op diè wijze hebben voorgesteld: men is zelfs in zulke mate met dat beeld van de jager vertrouwd geraakt, dat men niet eens meer denkt aan de mogelijkheid dat sint Hubertus misschien af en toe ook nog op een andere manier afgebeeld werd, nl. als bisschop. Zo is dat wel het geval met het schilderij van Theodoor Van Loon, nu in het Brussels Museum voor Schone Kunsten.
Die twee zo uiteenlopende en op het eerste gezicht strijdige aspecten van één en dezelfde figuur, meestal als jager en soms als bisschop, worden echter makkelijk verduidelijkt door het levensverhaal van sint Hubertus. Inderdaad, hij was aanvankelijk opper-jachtmeester aan het hof van Pepijn van Herstal, d.i. eind van de 7de en begin van de 8ste eeuw (met andere woorden: in de tijd der Merovingers). Zelfs op een Goede Vrijdag had hij zijn jachtwoede niet kunnen bedwingen: vandaar de verschijning van het lichtende crucifix in het hertegewei, en tegelijk de wekroep van de Heer uit de Hemel: 'Hubertus, Hubertus, hoe lang nog zal je passie voor de jacht je eeuwige zaligheid doen vergeten? Ga naar Maastricht bij mijn dienaar Lambertus: hij zal je zeggen wat je te doen staat'. Haast alle kunstenaars hebben bijgevolg deze miraculeuze bekering van Hubertus in beeld gebracht.
Zijn leven werd evenwel achteraf één aaneenschakeling van wonderen, en dus een mogelijke, rijke bron voor de schilders: het is zonderling dat zij er betrekkelijk weinig gebruik van gemaakt hebben. Nu, tot daar, want het verhaal is voor ons niet ten einde. Op raad van Lambertus, bisschop van Maastricht, trok Hubertus zich terug in eenzaamheid van de Ardennenwouden, vooraleer op bedevaart naar Rome te gaan. De dag zelf van zijn aankomst in de Eeuwige Stad, werd sint Lambertus te Luik vermoord: een engel verscheen aan paus Sergius I om hem die misdaad bekend te maken en hem terzelfder tijd aan te sporen Hubertus tot opvolger van Lambertus aan te stellen. Als bevestiging van Gods keuze, overhandigde de engel aan de paus de herdersstaf en de bisschoppelijke gewaden die hij bij de wijding van Hubertus moest gebruiken.
Maar Hubertus zelf was van mening dat hij de opvolging van zijn meester totaal onwaardig was: om die aarzeling te overwinnen, stuurde O.-L.-Vrouw naar haar uitverkorene een engel met een stola, die zij eigenhandig voor hem had geweven. Langer weigeren was dienvolgens niet veroorloofd.