Zoals reeds vermeld, zijn de binnenwanden van het graf beschilderd. Op de rondbogige oostzijde wordt de Kruisiging uitgebeeld. Aan het geel geschilderde kruis, dat voorzien is van het opschrift inrii, hangt Christus; het gestrekte, met rode omtreklijnen weergegeven lichaam is bekleed met een hoekig uitwaaiend, zwart omlijnd lendendoek. Het hoofd van de Verlosser hangt lichtjes schuin ; de ogen zijn gesloten. Zware, lange nagels doorboren de handen en de gekruiste voeten ; uit de wonden stroomt bloed. Links staart Maria peinzend voor zich uit, de handen opgeheven. Ze draagt een rood kleed en een grijsgroene mantel. Rechts kijkt Johannes naar Christus op, terwijl hij zijn rechterhand naar Hem uitsteekt ; in zijn linkerhand houdt hij een boek. Zijn kledij bestaat uit een grijsgroen kleed en een rode mantel. Christus wordt voorgesteld met een kruisnimbus, Maria en Johannes hebben een gewone nimbus. Naast de tekstband zijn twee kleine roodbruine herkruiste kruisen aangebracht. De voorstelling is van boven niet afgeboord ; onder de figuren komt een zwarte sierband met afhangende halve bolletjes voor.
Op de tegenoverstaande rondbogige westkant is een Christushoofd met een nimbus geschilderd, omgeven door vier rozenkruisen. Het stelt een zg. Veronike - het Heilig Aanschijn of Vera Effigies - voor, waarvan de devotie in de 15de eeuw een hoogtepunt bereikte. Op de zuidelijke en noordelijke langszijde is telkens een knielende engel afgebeeld die een wierookvat zwaait ; de ketting wordt weergegeven door drie ingegrifte lijnen en grijsgroene penseelstreepjes. Links en rechts van elke engelfiguur is een rozenkruis geschilderd; onder elke engel is een sierband zoals op de oostwand.
Aangezien geen opschrift of zerksteen aanwezig is, ontbreekt elk gegeven voor een nauwkeurige datering van het graf. De stijl van de figuren maakt echter een datering in het midden van de 15de eeuw zeer waarschijnlijk. De schilderingen zelf geven ons enkele aanwijzingen over de door de schilder gevolgde werkwijze. Op de nog vochtige pleisterlaag tegen de bakstenen, werd een fijne witte verflaag gestreken. Daarna werden, aan de hand van enkele, haast onzichtbare ingegrifte lijnen de bruine, gele, rode of grijsgroene kleuren aangebracht, waarna de zwarte of rode omtreklijnen - soms afwijkend van de ingegrifte tekening - de beschildering voltooiden.