Mostaert moet een zeer productief schilder zijn geweest. In oude inventarissen worden talloze van zijn werken vermeld, godsdienstige en mythologische onderwerpen, genrestukken en landschappen. Ook werkte hij samen met andere schilders, zoals Cornelis van Dalem, Maarten van Cleve en Jacob Grimmer, van wie hij de werken soms met kleine figuurtjes 'stoffeerde', een vorm van arbeidsverdeling die wel meer voorkwam. Desondanks kunnen we thans betrekkelijk weinig werken met zekerheid aan hem toeschrijven.
Gesigneerde werken zijn er niet bijster veel en de toeschrijvingen zijn niet altijd overtuigend. Waarschijnlijk voerde hij een groot bedrijf in schilderijen, waarvan de kwaliteit uiteraard ongelijk was. Wel moet hij een belangrijke rol hebben vervuld bij de ontwikkeling van de Antwerpse genre- en landschapskunst met vele kleine figuurtjes, waarbij hem de eer werd toegekend in dat genre de maniëristische stijl in de weergave van de menselijke figuur uit de Frans Florisschool te hebben geïntroduceerd. De stijl waarin de figuren op het Antwerpse werk zijn uitgevoerd beantwoordt wel ongeveer aan die van de met zekerheid toegeschreven werken maar men dient in het oog te houden dat zulks niet noodzakelijk op het merkteken van een persoonlijke stijl hoeft te wijzen.
Bovendien wordt de vergelijking met die werken bemoeilijkt door de huidige toestand van het paneel, vooral in de onderste helft, waar restauraties tot overschilderingen hebben geleid. Men heeft zelfs beweerd, dat enkel het bovenste gedeelte van het werk, het eigenlijke stadsgezicht, van Mostaert zelf was, waar de onderste helft door een andere, minderwaardige hand werd bijgeschilderd. Rest ons nog te spreken over het iconografische aspect. De voorstelling van Christus door Pilatus aan het volk getoond, vaak als 'Ecce Homo' - Zie de Mens - aangeduid, kwam vooral in voege sedert de tweede helft van de vijftiende eeuw. Voornamelijk in de Nederlanden groeiden die voorstellingen uit tot omstandige taferelen met een bonte menigte, niet zelden gesitueerd in een eigentijds kader. Pieter Bruegel de Oudere deed iets dergelijks in de Volkstelling te Bethlehem, voorgesteld als een eigentijds gebeuren, waarbij hij zich voor de ruïnes van het kasteel op de achtergrond inspireerde op de torens en poorten van Amsterdam.