De onbekende schilder van het 1480 gedateerde werk 'De Legende van de H. Lucia' in de St.-Jakobskerk te Brugge kreeg de naam 'Meester van de Legende van de H. Lucia' en, steunend op stijlovereenkomsten, op iconografische herhalingen en op andere bijzonderheden, waren de specialisten in staat verscheidene werken - een twintigtal - rond die naam te groeperen.
Het paneel 'O.-L.-Vrouw met vrouwelijke heiligen' dat in 1873 door het museum te Brussel uit de verzameling van de hertog d'Arenberg werd verworven, kan met zekerheid aan deze meester worden toegeschreven.
In het midden zit de tronende H. Maagd met de kleine Jezus op de armen. Twee zwevende engelen houden een prachtig stuk brokaat achter de troon. Rechts van O.-L.-Vrouw - dus links voor de toeschouwer - zien we zes heiligen : de H. Catherina, die, als verloofde van Christus, de ring ontvangt uit de handen van het Kind Jezus, en die ook herkenbaar is aan het wiel waarmede ze gemarteld werd dat verschillende malen op haar kleed is aangebracht ; op haar gordel is haar naam geschreven.
Vooraan, geknield, de H. Magdalena met het reukvaasje met de welriekende olie die ze over Christus' voeten uitstortte. Zittend, lezend in een boek, de H. Ursula met haar attribuut, de pijlen, waarmede ze werd gedood. Achter haar, de H. Apollonia, met een tang waarin een tand zit. Daarnaast, de H. Lucia, die in beide handen een schaal houdt waarop haar ogen liggen. Tenslotte, een niet geïdentificeerde heilige, die een kroon in de rechterhand, en een klok, die zeer waarschijnlijk later werd bijgeschilderd, in de linkerhand houdt. Op de klok zien we een gedeelte van het opschrift 'Anno Domine'.