OKV2017+
Met ‘Hartenvijf’ geeft het Nationaal Museum van de Speelkaart een totaalbeeld van de geschiedenis en het gebruik van speelkaarten vanaf de veertiende eeuw tot nu. Het doet dat in vijf thema’s.
Vanaf het begin is het kaartspel een succesverhaal. ‘Het prentenboek van de duivel’ gaat dieper in op de onaangename neveneffecten van het kaartspel: ruzies, geweld, oplichting, godslastering. De Kerk ziet het spel als des duivels en probeert het aan banden te leggen. Boetepredikanten trekken rond om spelers te bekeren en mensen te waarschuwen voor de gevaren van de speelkaart.
Jeugdatelier: het Museum van de Speelkaart beschikt over een jeugdatelier waar kinderen kunnen knutselen, een speelkaartenhuisje bouwen enz. Regelmatig vinden er workshops plaats.
Het luik ‘Lering en vermaak’ toont dat het kaartspel niet uit te roeien is. Het spelen en gokken gaat gewoon door. In Luik wordt zelfs een gokverslaafde priester terechtgesteld. Maar het kaartspel blijft populair. Kaartspellen worden naar een hoger niveau getild. Steeds meer kunstenaars ontdekken het spel als bron van inspiratie. Kaarten worden ook gebruikt om te onderrichten, om de spot te drijven met bestaande toestanden en personen of om satirische boodschappen te verspreiden.
Met ‘Vrijheid of de dood’ verzeilen we in de periode van de Franse Revolutie. De koning belandt op de guillotine en verdwijnt ook (tijdelijk) uit het kaartspel. Genieën en lichtende voorbeelden komen in de plaats. De revolutionairen zien in kaarten het perfecte middel om hun grote idealen te propaganderen. Europa wordt geteisterd door oorlogen. Waarzeggers maken van deze onstabiele toekomst gebruik om aan de hand van kaarten de toekomst te voorspellen.
De negentiende eeuw geldt als de eeuw van ‘Romantici en Victorianen’. Voor het kaartspel breken gouden tijden aan. Het kunstlicht wordt uitgevonden, waardoor de avonden langer worden en er meer tijd is om met de kaarten te spelen. Kaartclubs zijn populair en nieuwe familiespelletjes zoals zwartepieten en kwartetten doen hun intrede. Zelfs de katholieken hebben zich verzoend met het kaartspel. Maar zelfs in het Victoriaanse tijdperk zijn niet alle kaarten even onschuldig. Zo worden er pornografische doorkijkkaarten geproduceerd, kaarten met een tussenlaag die de ware inhoud pas ‘blootgeven’ als je ze tegen het licht houdt.
Het vijfde en laatste deel zoemt in op ‘de achterkant van de speelkaart’. Door de ontwikkelingen in de druktechniek worden speelkaarten steeds mooier, fijner en gedetailleerder. Vormgevers gebruiken vooral de achterkant om te tonen wat ze in hun mars hebben. Nieuwe motieven en kleuren duiken op. Bovendien zien handelaren de alomtegenwoordigheid van het kaartspel als een manier om hun producten aan de man te brengen. Reclame en de speelkaart gaan vanaf dan hand in hand.
Het Speelkaartenmuseum beschikt over de belangrijkste verzameling speelkaarten uit Turnhout en de historische Nederlanden. De oudste originele stukken dateren van het begin van de zestiende eeuw, maar de klemtoon ligt op de industriële periode. Dat is de periode waarin de Turnhoutse kaartenmakers furore maakten. Ook die geschiedenis vertelt het museum met authentieke drukpersen en grafische apparatuur. Het machinepark illustreert de gehele productielijn, van vroeger tot nu.