Op dit schilderij van Ter Borch is de Magistraat, het stadsbestuur van Deventer, in de raadszaal van het stadhuis afgebeeld. In het midden tronen de twee burgemeesters. Zij worden geflankeerd door de leden van de vroedschap (de raad) terwijl vóór hen, bij de tafel, de vier secretarissen zijn geplaatst.
De mannen zijn deftig gekleed in zwarte mantels met witte kragen. Zij dragen zwarte hoeden op hun lange lokken, die in 1667, toen het schilderij werd geschilderd, in de mode waren. Aan de achterwand van de raadszaal hangen twee borden met ieder zes beulszwaarden. Deze zwaarden werden door de Duitse keizers aan de stad geschonken. Het oudste dateert van 1316 en in 1584 waren ze alle twaalf reeds aanwezig.
Het schilderij dat boven de zetels van de burgemeesters hangt stelt 'Het Laatste Oordeel' voor, een onderwerp dat in de zeventiende eeuw toepasselijk werd geacht voor een raadszaal, waar belangrijke beslissingen genomen moesten worden. Het schilderij van Ter Borch ademt een sfeer van waardigheid en belangrijkheid. Waardig en belangrijk, dat waren zij ook, de mannen die het bestuur van de stad in handen hadden, want in de staatsvorm van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, zoals die sinds de Unie van Utrecht (1759) fungeerde, waren zij uiterst machtige lieden. Deze staatsinrichting was zeer ingewikkeld, te ingewikkeld om hier in details te behandelen. In grote trekken kwam het er op neer dat de Staten-Generaal, het overkoepelend gezagsorgaan, was samengesteld uit de afgevaardigden der zeven gewesten.