OKV2006.5
Je zou het bijna vergeten: het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst (SMAK) in Gent bezit een heuse Francis Bacon. En niet van de minste. Figure Sitting, behoort beslist tot de topwerken van de in 1992 overleden excentrieke Ierse kunstenaar.
Francis Bacon, Figure Sitting (De Kardinaal), 1955, olieverf op doek, 152 x 117 cm. SMAK, Gent
Francis Bacon (1909-1992), is de (kunst)geschiedenis ingegaan als de man die het schrijn der schone kunsten een flinke knauw heeft gegeven en de donkere kantjes van de mens gretig voor het voetlicht haalde. Geweld en angst schuwde hij allesbehalve. Niet alleen het SMAK is de gelukkige eigenaar van een Bacon, ook in Brussel kan je ervoor terecht. De Paus met de uilen (1958) siert sinds 1966 de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten. Qua thematiek sluit het werk aan bij dat van Gent.
Figure Sitting (ook aangeduid als De Kardinaal) dagtekent uit 1955 maar is pas in 1964 verworven door het Gentse Museum voor Schone Kunsten en later overgedragen aan het Museum voor Hedendaagse Kunst. De aanschaf van dit werk maakte deel uit van de vele wapenfeiten van de in 1957 opgerichte Vereniging voor het Museum van Hedendaagse Kunst (VMHK) waarin Karel Geirlandt en zijn progressieve volgelingen furore maakten op de Gentse artistieke bühne. Geirlandt en de zijnen wilden met de oprichting van de vereniging in de Arteveldestad een meer progressief kunstbeleid voeren. Ze beoogden bovenal een nieuwe dynamiek in de museumwereld. In 1961 bemerkte Geirlandt dat de toenmalige musea nauwelijks belangstelling betuigden voor de 'kunst van heden' en er nagenoeg geen contact bestond tussen museumleiding en kunstenaars. De VMHK deed het anders en kocht in de jaren 1960 werk van onder andere Appel, Michel Butor, Magritte, Yorn en Saura.
De meeste VMHK-leden zetelden in de commissie van het Museum voor Schone Kunsten. Zij vormden de progressieve vleugel en gaven het museum een nieuw elan. Geirlandt en Co waren begin jaren 1960 een begrip in uiteenlopende kunstkringen. Zeker na de drie spraakmakende Forumtentoonstellingen (1961, 1962, 1963) en Figuratie en Defiguratie (1964). Laatstgenoemde tentoonstelling die plaatsvond in het Museum voor Schone Kunsten in Gent, gaf aan dit museum een geweldige input. Het evenement gold in die dagen als de meest vruchtbare samenwerking tussen de VMHK en het MSK en toonde een stoet van internationale kunstenaars: Rauschenberg, Rosenquist, Warhol, Blake, Philips, Hockney, Klein en Tinguely. Bezoekers konden ook kennis maken met De Kardinaal van Bacon. Met de tentoonstelling Figuratie en Defiguratie pleitte Geirlandt voor een internationalisering van de Belgische kunst. Maar hij had nog een andere boodschap. In de catalogus schreef hij: "In een maatschappelijk bestel als het onze is er plaats voor zovele uitdrukkingen als er generaties zijn en zelfs individuen." Geirlandt geloofde niet dat met de opkomst van de popart er geen plek meer zou zijn voor de abstracte kunst. De tentoonstelling lokte 30.000 bezoekers.