'Het penseel in vrouwenhanden'

Het penseel in vrouwenhanden
€ 12,00

In 1971 schreef de Amerikaanse kunsthistorica Linda Nochling het essay Why have there been no great women artists? Sindsdien zijn historische vrouwen tegen het licht gehouden. Ook kunstenaressen. Hoe manifesteerden vrouwelijke kunstenaars zich? Door wie werden ze opgeleid? Op wie konden ze rekenen? Hoe zag hun netwerk er uit? Waar haalden ze hun inspiratie vandaan? Op welke manier werden ze tegengewerkt?

Het penseel in vrouwenhanden, het lentenummer van Openbaar Kunstbezit in Vlaanderen, is de  reconstructie van de biografie en het oeuvre van vier kunstenaressen. Het biedt een unieke invalshoek om vergeten vrouwen van dichtbij te ontmoeten en van binnenuit te leren kennen.

Catharina van Hemessen (1528-na 1567) was een geëmancipeerde vrouw, zoals dat in de zestiende eeuw enkel kon in de Nederlanden.  Ze was een markante en innovatieve schilderes van intieme devotiestukken en charmante portretten en van een baanbrekend zelfportret.

Clara Peeters (1594-na 1657) is een van de weinige vrouwelijke schilders uit de barok en een pionier op gebied van stillevenschilderkunst. Haar vier virtuoze panelen in het Prado illustreren dat de Spaanse verzamelaars tuk waren op werk van Clara Peeters. Ze krijgt deze zomer haar tentoonstelling in het Rockoxhuis.

Thérèse Walwein (1776-1816) stamde uit de kunstminnende bourgeoisie en  is een schoolvoorbeeld van het laat achttiende-eeuwse vrouwelijke dilettante in de Zuidelijke Nederlanden. Haar tekeningen van bloemen en planten zijn van een zeer hoog niveau.

In de negentiende eeuw en nog lange tijd in de twintigste eeuw leerde ieder meisje van adel tekenen. Ook Antonine de Mun, hertogin d’Ursel (1849-1931) verging het zo. Tijdens haar lange leven schilderde ze vooral portretten van familieleden, vrienden en bedienden.

Lees het themanummer hier online.