Het tekenen heeft in Rubens' kunst een geweldige rol gespeeld. Het enorme aantal der bladen van zijn hand, die thans nog te zien zijn in de voornaamste Europese en Amerikaanse verzamelingen, is daar op zichzelf al een bewijs voor.
Rubens' tekeningen zijn, samen met de olieverfschetsen van de meester, dat facet van zijn oeuvre, dat de hedendaagse toeschouwer wellicht het meest aanspreekt, en wel omwille van de verbluffende virtuositeit waarmee vaak met een minimum aan technische middelen een maximum aan expressiviteit en directheid werd bereikt, kwaliteiten die in de zorgvuldige afwerking en rijke stoffering van de grote altaarstukken en mythologische taferelen mogelijk voor onze op vlug treffende indrukken ingestelde smaak minder gauw tot hun recht komen.
Stippen wij hierbij onmiddellijk aan dat de tekeningen, hoezeer ook Rubens zelf - dit blijkt o.m. uit één van zijn brieven -er de afzonderlijke schoonheid van wist te waarderen, in zijn ogen toch een ondergeschikte, functionele betekenis hadden : evenmin als olieverfschetsen zag hij ze als een doel op zichzelf, maar waren zij bestemd als voorstudies voor de definitieve schilderijen op groot formaat.