De reeds vroeger in Openbaar Kunstbezit besproken 14de, 15de en 16de-eeuwse kunstwerken uit Limburg waren bijna alle beelden die nog als cultusvoorwerpen gebruikt worden. Zij bevinden zich grotendeels in kerken. De meeste van deze beelden behoren tot de nog weinig bekende Maaslandse houtsculptuur. In omvang en verfijning, door de Brabantse beeldhouwkunst overtroffen werd zij in het kunsthistorisch onderzoek nog onvoldoende betrokken.
De H. Catharina van Alexandrië uit de parochiekerk van Kleine Brogel behoort tot de groep beelden die in het Maasland ontstonden en waaraan Prof. Timmers, conservator van het Bonnefantenmuseum te Maastricht, sedert meer dan 20 jaar bijzondere aandacht besteedt. Op een eiland in de Maas, midden in dit Maaslandse gebied waartoe een deel van Belgisch en Nederlands Limburg behoort, ligt op enkele kilometers ten noorden van Maaseik de gemeente Stevensweert, vroeger ook wel Weerd genoemd. De naam van deze gemeente is ook de naam van een 16de-eeuwse beeldhouwer Jan.
Het is niet absoluut zeker dat Jan van Steffeswert in Stevensweert is geboren hoewel het gebruik van familienamen in het begin van de 16de eeuw nog geen vaste gewoonte was, zodat het wellicht niet zo ver van de waarheid is te beweren dat Stevensweert de geboorteplaats van beeldhouwer Jan was. Het aanwenden van de plaats van herkomst als familienaam is ons uit dezelfde periode nog bekend o.m. bij Pieter Bruegel. In 1513 maakte Jan van Steffeswert een beeld van St.-Anna ten Drieën dat op het voetstuk gedateerd en gesigneerd is. Bovendien is tussen de datum en de naam van de kunstenaar een merkteken aangebracht, bestaande uit een gelijkzijdige driehoek met binnenin een ster. Dit merkteken is de sleutel om in een op eerste gezicht niet zo heldere geschiedenis klaarheid te brengen.