Eigenlijk gaat het niet op om het schilderij van Henri Leys, waarvan de reproduktie voor u ligt, als een afzonderlijk geheel te bespreken. Losgerukt uit zijn verband verliest het zijn betekenis, en, ja, ook een deel van zijn charme. Want het is niet zo maar een gewoon schilderij, één dat wij opgehangen aan de wand in de huiskamer zouden kunnen aantreffen, of desnoods in een museum, wat eigenlijk hetzelfde is, maar dan minder gezellig. Het is een fresco, het maakt deel uit van een reeks wandschilderingen in een zaal van het stadhuis te Antwerpen.
Niet alleen hoort het naar inhoud en vorm bij de andere voorstellingen in de reeks, maar bovendien heeft het nog een eigen, onverwisselbare plaats in het architecturale decor waarvoor het werd bestemd en waarbij het werd aangepast. Méér nog dan voor een ander schilderij geldt dus deze raad : ga ter plaatse, bezoek de Leyszaal, laat u niet afschrikken door de staatsie van het gebouw. Vergeet ook niet, kijkend door het raam, een blik te werpen op de Grote Markt: u geniet dan van een fraai uitzicht op de ranke spits van de Onze-Lieve-Vrouwekerk, zoals destijds Busken Huet het deed, en op het edel achterdeel van Brabo, wat Huet niet kón vermelden, omdat het beeld er nog niet stond. Laten we bij dezelfde gelegenheid niet verzuimen de belendende zaal te betreden, intiemer van afmetingen, waar de wanddecoraties uit de eetkamer van Leys' woonhuis, nadat het onder de slopershamer was gevallen, een voortreffelijk onderkomen hebben gevonden, waarbij ze evenwel dienden te worden overgebracht op doek.