OKV2024+
Het MOU in Oudenaarde haalt dit najaar voor het eerst Margaretha van Parma voor het voetlicht. Een boeiende tentoonstelling brengt het verhaal van de keizersdochter die – bijna twee keer – landvoogdes van de Nederlanden was in de turbulente zestiende eeuw.
Anoniem naar Anthonis Mor, Portret van Margaretha van Parma, ca. 1560, olie op paneel, 38,9 × 27,1 cm, Royal Collection Trust, Londen
Margaretha kwam in de zomer van 1522 in Pamele ter wereld als dochter van Karel V en Johanna vander Geynst, een dienstmeid in het plaatselijke kasteel waar de keizer had verbleven. Als natuurlijke dochter van de keizer zou Margaretha een rol krijgen in de Habsburgse huwelijkspolitiek. Dus kreeg ze een prinselijke opvoeding bij een gezin in Brussel, onder het persoonlijke toezicht van haar groottante en doopmeter Margaretha van Oostenrijk. Ze bekwaamde zich in de vrije kunsten en in hoofse bezigheden zoals het paardrijden en de jacht.
Haar vader had haar inmiddels uitgehuwelijkt en erkend als zijn dochter. Als meisje van tien reisde ze een eerste maal de Alpen over naar Italië, om op haar dertiende te huwen met Alessandro de’ Medici. Amper een jaar later werd haar echtgenoot om het leven gebracht, waarna Margaretha op zestien jaar in een volgend gearrangeerd huwelijk trad. Deze keer met Ottavio Farnese, net als haar eerste echtgenoot een nakomeling van de zittende paus.
De jonggehuwden woonden apart. Ottavio keerde terug naar Parma, Margaretha nam haar intrek in het Romeinse Medicipaleis dat ze had geërfd. Als hoogste vertegenwoordiger van de keizerlijke macht ontpopte ze zich in Rome tot een middelpunt in het politieke en culturele leven. Die jaren vormden haar diplomatieke leerschool en leverden haar de eerbiedwaardige bijnaam la Madama op.