Jenny Montigny - Het licht op de speelplaats

Emile Claus, Portret van Jenny Montigny, 1902, olieverf op doek, 106,5 x 89 cm, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel

Van zelden gehoorde componistes in de Klaraprogramma’s tot ongeziene schilderessen en beeldhouwsters in de Europese musea: vrouwelijke kunstenaars uit de vorige eeuwen hebben (eindelijk) de tijdsgeest mee. En daar is al de volgende (her)ontdekking: het Museum voor Schone Kunsten in Gent belicht de boeiende postimpressioniste Jenny Montigny (1875-1937).

Kun je elk van deze vrouwen ‘een goed bewaard geheim’ noemen, een parel uit de kunstgeschiedenis die geduldig heeft gewacht om ontdekt te worden? Zijn zij allen ‘vergeten’, wat zou betekenen dat zij ooit beroemd waren? Dat zou een problematische veralgemening zijn. Enkelen hebben faam verworven voor ze werden uitgewist, terwijl andere carrières zich voornamelijk in de schaduw hebben afgespeeld. Voor mannen is dat trouwens evengoed het geval. Op de vraag welke grote artiesten rond 1900 actief waren, komt de gemiddelde kunstliefhebber vandaag allicht niet veel verder dan Ensor, Van Gogh en Spilliaert. Wie kent nog Breitner, Degouve de Nuncques, De Hem of Montigny?

Met deze laatste verplaatsen we ons naar Gent in het fin de siècle. Net als Brussel en Antwerpen was de stad dan een cultureel bolwerk, waaraan heel wat vrouwen participeerden. Voor zijn licentiaatsverhandeling turfde Karel Blondeel lang geleden liefst vijfenvijftig kunstenaressen die er tussen 1880 en de Eerste Wereldoorlog actief waren. De overgrote meerderheid behoorde tot een familie uit de hogere burgerij; in de lijst met beroepen die hun ouders uitoefenden, treffen we vaak groothandelaars, industriëlen, artsen en renteniers aan. Qua ideologie behoorden zij – op een handvol katholieken en een enkele libertaire socialist na – tot het liberale en antiklerikale kamp. Zowat in al deze gezinnen was huispersoneel aanwezig, van dienstboden over koks tot koetsiers. 

Een ander opvallend cijfer: bijna dertig procent van deze vrouwelijke kunstenaars zou nooit trouwen of kinderen krijgen. In slechts 25 van deze 38 gezinnen werden kinderen geboren, doorgaans één of twee. Ook dat getal ligt opmerkelijk laag.

In de schaduw van een man

Vrouwen die aan kunst wilden doen, wachtte een heus hindernissenparcours. Vooraleer zij in 1889 eindelijk (mondjesmaat) tot de academies werden toegelaten, leerden zij het vak als autodidact of gingen zij in de leer bij een meester die privéles gaf (en daarvoor een smak geld vroeg). Kunstenaarsnetwerken en -groepen waren bijna altijd mannenclubjes, waar je als dame niets te zoeken had. Exposeren was de volgende horde, en werk verkopen lag in dit burgerlijke milieu sowieso moeilijk. Voor heel wat kunstenaressen mocht kunst slechts een tijdverdrijf zijn – iets als handwerken of pianospelen. En vaak betekende het huwelijk het vroegtijdig einde van een veelbelovende carrière.

Het levensverhaal van Jenny Montigny past niet helemaal in dit stramien. Zij behoorde weliswaar tot een vermogende familie en had handenvol talent, maar stond op eigen benen. Toch speelde haar parcours zich minstens gedeeltelijk af in de schaduw van een man – hij heet Emile Claus (1849-1924) en was een gevierde postimpressionist.

Dit artikel is beschikbaar voor abonnees

Een abonnement kost slechts €59 euro per jaar  (leraren €55 en studenten €51) en je ontvangt daarvoor 6 publicaties.

Reeds abonnee? Dan kan je hier inloggen.

Abonnement

Een abonnement kost slechts €59 euro per jaar  (leraren €55 en studenten €51) en u ontvangt daarvoor 6 publicaties.

Abonnement online

Lees alle artikels van OKV online en doorzoek de voorbije vijftig jaargangen voor slechts €31.

Abonnement + Museumpas

Wie een nieuwe Museumpas (€62) aanschaft samen met een OKV-abonnement (€59) betaalt slechts €117 i.p.v. €121voor combi museumpas en abonnement.

Proefabonnement

Proef eens van OKV.
Voor €32 krijg je drie nummers toegestuurd.