In 2020, toen de wereld op slot was maar de coronapandemie tijd gaf om even stil te staan, begon vrijwilliger Chris Andries aan een waanzinnig maar waardevol avontuur: meer dan zestig jaar aan tijdschriften online vormgeven, van kwalitatieve beelden voorzien en op een moderne manier ontsluiten. Nu is de eindstreep bereikt, na een rit die haar door de wondere wereld van auteursbiografiën, Photoshop en zelfs eigen artistieke creaties loodste. Iedereen die okv.be leest, is onbewust met Chris in aanraking gekomen. Dringend tijd dus om haar aan het woord te laten. 

We bezoeken Chris in Koksijde, de kuststad die haar een liefde voor modernistische architectuur bezorgde, en waar ze met haar man Paul een klein maar bijzonder museum uitbaat: het BoMu, een museum gewijd aan het Deense audiovisuele designmerk Bang & Olufsen. Fotograaf Amber kijkt alvast haar ogen uit, hier valt meer dan genoeg beeldmateriaal te verzamelen. Chris ontvangt ons in een zonovergoten woonkamer, waar tussen de vernuftige technologische creaties van haar man en haar eigen collages, ook haar workstation is opgesteld. Een bureau, een laptop, twee schermen, en stapels aan tijdschriften.

OKV-archief integraal online – Een gesprek met Chris Andries

Chris Andries

Het archief reanimeren

In 2020 kwam je voor het eerst bij OKV langs, zonder echt een idee te hebben van wat je te wachten stond.

Het jaar ervoor kreeg ik de ziekte van Hodgkin. Daarvoor maakte ik lederen tassen, maar sinds die ziekte had ik geen kracht in mijn handen en zocht ik iets nieuws. Eerst ben ik suppoost geweest in het Delvauxmuseum, maar dat deed ik niet graag. Ik had moeite om zo lang op mijn benen te staan. Toevallig stapte ik in die periode de krantenwinkel binnen en kocht daar een tijdschrift van OKV, iets wat ik nog nooit had gedaan. Daarin vond ik de oproep naar vrijwilligers voor een digitaliseringsproject. Omdat ik graag met de computer werk, heb ik contact opgenomen.

We zijn aan dat digitaliseringsproject begonnen met een heel team. De eerste stap was om alle teksten sinds 1963 op de website te krijgen. Van vormgeven was nog geen sprake. Maar toen al was een verschil zichtbaar met de rest van dat team: jij was gepassioneerd door fotografie en Photoshop.

Ik ging dikwijls wandelen. Dan nam ik foto’s, en die bewerkte ik. Zo is ook die foto van mijn kleindochter achter je aan de muur een foto die ik genomen heb (wijst, n.v.d.r.). Die heb ik dan met Photoshop aangepakt. Ik probeer er altijd iets creatiefs mee te doen. Aanvankelijk was dat zonder doel, maar toen ik voor OKV begon te werken, ben ik workshops gaan volgen. Het is belangrijk om mee te blijven met digitale evoluties, want het gaat heel snel.

OKV-archief integraal online – Een gesprek met Chris Andries

Chris Andries aan haar bureau

Uiteindelijk hebben jullie 1689 oude artikels online geplaatst. Die zagen er vaak primitief uit: lange blokken tekst zonder afbeeldingen of indeling. Toen is de rest van het team ermee gestopt, en begon jouw echte werk: van dat archief leesbare, esthetische artikels maken die naadloos aansluiten bij de hedendaagse stukken die wekelijks verschijnen. 

Dat begon eenvoudig: de openingsalinea vet zetten, een kwalitatieve hoofdingsfoto zoeken, de teksten in alinea’s verdelen. Maar al snel kwamen er twee problemen bovendrijven: de auteurs van die stukken waren vaak onbekend, en de ingescande foto’s waren zo oud dat ze compleet onleesbaar waren. 

Ere wie ere toekomt

Drieënzestig jaar aan tijdschriften, dat betekent honderden mensen die in de pen kropen. Veel van die auteurs zijn overleden, of schrijven al jaren niet meer. In digitale tijden, waar iedereen makkelijk te vinden is, bleven vele OKV-auteurs anoniem. Daar heeft Chris verandering in gebracht. Van alle schrijvers is nu een biografie en waar mogelijk een foto opgenomen.

Dat vond ik leuk, het speurwerk naar auteurs uit het verleden. Ik heb er uiteindelijk 820 terug kunnen vinden. Als ik geen informatie of foto vond, contacteerde ik de auteur en als die al overleden was, de kinderen of kleinkinderen. Vaak vonden ze het fijn dat hun papa  want meestal waren het mannen - onder de aandacht werd gebracht. Ook had ik vaak contact met de auteur zelf, of met museumdirecteurs en curatoren. Meestal waren ze heel enthousiast, dat maakte het dankbaar werk.

Ik heb OKV-auteurs ontdekt die in de negentiende eeuw zijn geboren.

Was het makkelijk om hen terug te vinden? 

Soms was dat niet vanzelfsprekend. Zo was er een artikel over architectuur van een zekere J. Winters. Maar wie is J. Winters? Daar heb ik jaren naar gezocht, van 2021 tot 2023, tot ik een architect vond die zo heette. Dus heb ik naar dat bureau gebeld en die man bleek de auteur te zijn, maar hij wilde er niet over praten. Het was zijn eindwerk geweest, de toenmalige hoofdredacteur had het artikel helpen schrijven en hij was er niet fier op. Erna is hij een andere richting uitgegaan en zelf architect geworden. Maar uiteindelijk was het toch een leuk gesprek, en heeft hij een biografie en foto gestuurd. Ik ben zo blij dat ik hem gevonden heb. 

OKV-archief integraal online – Een gesprek met Chris Andries

Afbeelding uit themanummer De Architectuur van het Interbellum, Victor Bourgeois’ Cité Moderne te Sint-Agatha-Berchem, zicht op het geheel 1922- 1925

Heb je bijzondere ontdekkingen gedaan? 

Ik heb zes OKV-auteurs ontdekt die in de negentiende eeuw zijn geboren. Die schreven in de jaren zestig voor het tijdschrift. Er is er eentje, Bram Hammacher, die een eeuw oud geworden is. Hij werd in 1897 geboren en is in 2002 overleden. De oudste nog levende auteur is Lydia de Pauw-De Veen, ze werd in 1929 geboren. Van de auteurs die nu in de redactie zitten, schrijft Daan Rau het langst. Ik denk dat hij er sinds 1989 bij is. Ik heb een grote liefde voor die auteurs. Die mensen hebben uren aan die artikels gewerkt. Dan vind ik het een eer dat ik ze een nieuw leven mag geven.

Heb je favoriete auteurs?

Een artikel dat me is bijgebleven, is Taal in beeld - Beeld in Taal. Ik heb niets met taal, maar dit stuk vond ik bijzonder leuk. Er kwamen speelse teksten in voor, ik had ze er maar uit te pikken om met de vormgeving te kunnen experimenteren. Het was geschreven door Jan Cools. Toen ik hem even ging opzoeken, bleek dat ik de meeste van zijn artikels mooi vond. Dat had ik tijdens het digitaliseren nog niet door. Ook Frank Huyghen lees ik graag, omdat hij eenvoudig schrijft. Ik kan zijn verhaal altijd makkelijk volgen. 

Ik kan me voorstellen dat je niet alle 1689 artikels even interessant vond. Heb je een persoonlijke voorkeur? 

De architectuur van het interbellum. Het themanummer daarover ligt altijd op de salontafel. Er is een specifieke foto waar ik blij van word, een woning uit de jaren twintig. Ik geloof niet in vorige levens, maar als er zoiets was, dan heb ik in dat huis gewoond. Toen ik dat themanummer online vormgaf, heb ik dat beeld als openingsfoto gebruikt. Steeds als er artikels over moderne architectuur voorbijkwamen, of over het werk van bijvoorbeeld Jean Brusselmans, werd ik daar gelukkig van. 

Het is mooi dat je kunst kan gebruiken om kritiek te uiten.
OKV-archief integraal online – Een gesprek met Chris Andries

Chris Andries aan haar bureau

De gevoeligheden van de tijd

Een tweede luik waaraan je gewerkt hebt, het meest zichtbare voor lezers, is het online vormgeven van al die artikels. Van 1963 tot pakweg 2018, dat zijn vijfenvijftig jaargangen, een ongelofelijke hoeveelheid. Je zorgde voor een aangename indeling met quotes en tussentitels. En nog het belangrijkste: je waardeerde al die oude foto’s op tot een hedendaagse kwaliteit.

Het is een werk dat nooit af is. Ik heb nog steeds de neiging om als ik een artikel open, iets te veranderen. De eerste stap was om er een lijn in te krijgen. In de beginjaren bestond OKV uit losse bladeren met veel tekst en één foto. In de jaren negentig waren er maar vier nummers per jaar. Een hele periode zat er een extra 'tentobijlage' bij het tijdschrift met allemaal korte stukjes. Die moesten allemaal een plaats krijgen. 

Hoe begin je daaraan? Hoe maak je van papieren magazines die lang voor de komst van het internet gemaakt zijn, iets dat online vlot leesbaar is? 

Een goed gestructureerd artikel uit de jaren zestig kan nog steeds modern aanvoelen. Die structuur kon ik makkelijk naar de website vertalen, al waren de beelden vaak verouderd of van slechte kwaliteit. Die heb ik dan met Photoshop aangepakt. Alleen de taal is natuurlijk anders. Er zijn woorden die we nu niet meer gebruiken, omdat ze gevoelig liggen. Maar dat is nu eenmaal de taal van die tijd, daar heb ik niets aan gewijzigd. Het was niet altijd makkelijk om daar consistentie in te krijgen. Ik denk dat ik daar beter in geslaagd ben bij de jaren zestig en zeventig dan bij de jaren negentig, omdat de grote veelheid aan korte artikels het toen soms een warboel maakte.

OKV-archief integraal online – Een gesprek met Chris Andries

Dees de Bruyne, De kindervrienden. 1972, doek, 100 x 100 cm, Mudel

kritische (blik op) kunst

Aan welke periode heb je het meest plezier beleefd? 

Dat moeten de oudere jaargangen zijn. Kunst als kritiek vond ik heel interessant. Soms werd ik echt geraakt. Dat was bijvoorbeeld zo bij een artikel uit 1973 over De Kindervrienden van Dees de Bruyne, een schilderij waarop geestelijken kinderen mishandelen. Dat schilderij is een tijdje verdwenen en kwam in 2025 in het nieuws omdat het teruggevonden was. Het heeft al die jaren op de zolder van een vrouw gestaan die daar na veel aarzelen mee naar buiten is gekomen. Het was een schilderij dat in de jaren zeventig choqueerde en nog steeds actueel is. 

Je houdt ervan als kunst een maatschappelijke boodschap heeft?

Het is mooi dat je kunst kan gebruiken om kritiek te uiten. Dat was ook zo bij de stakingsschilderijen van Eugène Laermans. Ook die zijn me bijgebleven, opnieuw omdat ze actueel blijven. We hebben zoveel waardevolle dingen bekomen door die stakingen; de arbeidsduurverkorting, de achtendertigurenweek, het vakantiegeld … En kunst droeg daaraan bij. Ik vraag me af of dat nu nog zo is? 

Veel van de kunstenaars die we nu brengen zijn ook maatschappelijk geëngageerd. Denk aan Ilke Cop, Sammy Baloji of Clara Spilliaert.

Of Kunst uit de kast. Meer dan 50 Belgische queer kunstwerken van Jonas Roelens en Thijs Dekeukeleire. Daaruit leerde ik dat er zoveel queer kunst is die niet als dusdanig erkend is en dat queer kunstenaars altijd wat zijn verborgen. Misschien is het verschil dat het bij Laermans meer als kritiek herkenbaar is? 

OKV-archief integraal online – Een gesprek met Chris Andries

Rinus Van de Velde, Dear Henri, this land was made for you and me ..., 2022
oliepastel op papier, 159,1 x 293,8 cm

Sommige heel bekende kunstwerken kwamen elk decennium wel aan bod. Veranderde de kijk van de auteurs op die werken? 

Het was leuk om de evolutie in schrijven te merken, maar het is niet dat ik die artikels bewust naast elkaar heb gelegd. Het was vooral boeiend als het om nieuwe kunstenaars ging. Toen er in 2010 een eerste artikel over Rinus Van de Velde verscheen, was hij een beginnende kunstenaar. Ik heb er niet op gelet of OKV toen anders over hem schreef. Maar wat ik wel onthouden heb, is hoe doorheen de vier artikels over zijn werk, zijn manier van schilderen is veranderd. 

Wat boeide je minder? 

Toen ik eraan begon, had ik een hekel aan annunciaties en andere religieuze thema’s. Ik vond dat zo’n nutteloze kunst. Maar door er zoveel over te moeten lezen, heb ik veel bijgeleerd. Niet dat ik er nu wild van word, maar ik ben beginnen inzien dat het de enige onderwerpen waren die kunstenaars vroeger konden schilderen, en dat elke kunstenaar daar op een persoonlijke manier mee omging. Soms gebruikten ze net die thema’s om opnieuw kritiek te geven. Daar werd ik door verrast. Het is sowieso wat me het meest interesseert: waarom doet een kunstenaar wat die doet? 

OKV-archief integraal online – Een gesprek met Chris Andries

Pieter Bruegel de Oude, De toren van Babel, 1563, olieverf op paneel, 114 x 155 cm, Kunsthistorisches Museum, Wenen

Een nieuwe online wereld opent zich

Je job had, naast een creatieve, ook een technische kant. Je was al bezig met Photoshop voor je voor OKV begon, maar heeft deze opdracht je gedwongen om die vaardigheden nog uit te breiden?

Oude foto’s bewerken is niet makkelijk. Elke periode had andere regels over hoe je kunstwerken vastlegt.  Neem nu De toren van Babel van Pieter Bruegel de Oude. Die foto staat een paar keer op de website. Maar welke kleur heeft dat schilderij nu echt? Als je op het internet gaat kijken, bijvoorbeeld op Wikipedia of op Art in Flanders, is dat telkens anders. Dan moet je een keuze maken.

Stiekem vind ik dit een beetje mijn levenswerk. Iets dat ik nalaat in de wereld.
OKV-archief integraal online – Een gesprek met Chris Andries

Chris Andries laat haar werk Pootjebaden zien 

Dat is deel van een groter debat. Ook internationaal veranderen de afspraken daarover. Vroeger zorgden we ervoor dat een beeld er in de catalogus zo goed mogelijk uitzag. Nu proberen we zo dicht mogelijk bij het werk te blijven. Als het schilderij er in het echt vergeeld en grauw uitziet, dan op foto ook. 

Dat maakte het voor mij niet makkelijk. Die oude foto’s waren al bewerkt om af te drukken in het tijdschrift. Daarna werden die tijdschriften ingescand om te digitaliseren. Hoever kon ik dan gaan met het opwaarderen van die ingescande beelden? Ik heb altijd de neiging om er een lichtje op te zetten, zo noem ik dat, zoals er in een museum een spot op gericht wordt. Dat heb ik een paar keer opgebouwd, en dan weer afgebouwd. Het was telkens zoeken naar hoever je kan gaan.

Ben je opleidingen gaan volgen om daar beter zicht op te krijgen?

Ik heb verschillende Photoshopopleidingen gevolgd. Ook daarna ben ik contact blijven houden met iemand bij Adobe. Zo wou ik een werk van mij insturen voor Cabin Art in Koksijde. Dat werk moest voldoende groot zijn om op een strandcabine te passen, en ik had daar vragen over. Dat is zo’n lieve man dat hij me geholpen heeft, terwijl hij normaal dure opleidingen geeft. Nu blijf ik de laatste evoluties van Photoshop in de gaten houden.

Zeker met de komst van AI gaat een nieuwe wereld open.

Photoshop is in die zes jaar enorm geëvolueerd. Nu kan ik veel meer dan ik toen kon, zoals generatief opschalen. Zo had ik een oude foto van Het afscheid van Constant Permeke. Daarop zit een man naast het doodsbed van zijn vrouw. Het is de bedoeling dat de man in het donker zit, maar door de slechte kwaliteit zag je hem helemaal niet meer. Die foto heb ik helderder gekregen en minder korrelig. Maar ook dan moet je opletten dat je daar niet te ver in gaat. Net hetzelfde met foto’s uit de jaren zestig en zeventig, met straatbeelden, personen of musea. De kwaliteit moet omhoog, maar het moeten foto’s uit die tijd blijven. Het is nooit af. Als ik terugblader, zie ik altijd foto’s die ik te licht of te donker heb gemaakt. Zelfs de lichtinval hier in huis speelt een rol. Op een regenachtige dag heeft het een ander effect dan als de zon schijnt. 

Vaak heb je gewerkt met foto’s die nergens anders te vinden zijn, zelfs van musea die al lang niet meer bestaan. Dan heb jij de enige overgebleven digitale versie gemaakt. Dat is een schat aan informatie voor volgende generaties. 

Stiekem vind ik dit een beetje mijn levenswerk. Iets dat ik nalaat in de wereld. Ik heb tweeënveertig jaar als accountant gewerkt en nu dat voorbij is, blijft daar niets van over. Maar dit blijft. Mijn naam moet er daarvoor niet bij, maar ik ben trots dat ik dit heb gedaan. 

OKV-archief integraal online – Een gesprek met Chris Andries

ChrisAnd, Het hart van Wulpen, foto bewerkt met Photoshop

Van Chris naar ChrisAnd

Bij deze kunnen lezers er een naam en gezicht op plakken. Je sprak over een werk dat je getoond hebt op Cabin Art. De voorbije jaren heb je je niet alleen in Photoshop bekwaamd, je bent zelf kunst beginnen maken.

Na elke workshop moest ik oefenen en dingen uitproberen. Dus nam ik zelf foto’s in de buurt en ging ik die bewerken. Soms begon dat bij een simpele foto van bijvoorbeeld garnaalvissers te paard die ik met mijn gsm heb genomen. Dan begon ik daarover na te denken: hoe zouden René Magritte, Edward Hopper, Pablo Picasso of Jean Brusselmans dat geschilderd hebben. En zo ging ik er met Photoshop mee aan de slag. Maar daarvoor moet je goed weten wat bijvoorbeeld impressionisme en expressionisme is. Dat heb ik aan OKV te danken. Ik heb er lang over getwijfeld of mijn werk wel goed genoeg was, maar onlangs heb ik mogen tentoonstellen op Van 't Zeetje in Kapel Rozenkrans in Koksijde. 

Mooi. Hoe was die ervaring?

De reacties waren zo positief dat ik het zelf niet geloofde. Volgend jaar worden mijn werken als alles goed gaat tentoongesteld in De Keunekapel in St. Idesbald. Het zijn allemaal beelden uit Koksijde, Oostduinkerke en Wulpen, op basis van eigen foto’s of foto’s uit een oud familiealbum. De oudste dateert uit 1957. Bijna zeventig jaar oud. Geen enkel beeld is zomaar gekozen. 

Zes jaar heb je je in kunst en erfgoed ondergedompeld. Heeft dat je manier van kijken veranderd?

De werken die ik nu maak, ging ik zes jaar geleden nooit kunnen maken. Door al die artikels ben ik me bewuster geworden van welke kunst ik graag zie en welke niet. Ik leerde vooral meer durven. Ik heb ook veel opgestoken over bijvoorbeeld schaduw en hoe die te bewerken. Het zijn allemaal details, maar als je al die details optelt, heb ik enorm veel geleerd. Daar word ik blij van. De mogelijkheden zijn oneindig. Alleen al de manier van inkaderen, daar kan je over blijven nadenken. Het is goed dat ik nog wat tijd heb voor de volgende tentoonstelling begint. Het is nog veraf, maar tegelijk moet ik er wel aan werken. Maar het is niet zo dat ik alles in een keer moet doen. Ik kan de ideeën laten opborrelen.

openingsbeeld: Chris Andries, foto: Amber Vrancken