Marcel Bascoulard, pose 3 - 24 août 67, 24 augustus 1967

Marcel Bascoulard, pose 3 - 24 augustus 1967

De fotografie is vaak op zoek gegaan naar haar eigenzinnige figuren, haar marginale kunstenaars zoals Douanier Rousseau, Facteur Cheval of Aloïse, om haar categorieën te verrijken. Toch is het niet bij Marcel Bascoulard dat zij haar ‘ruwe fotografie’ zal vinden. Deze man, verre van een autodidact, is een erudiet, dichter en oud-leerling van een kunstacademie, en heeft een buitengewoon leven geleid, gekenmerkt door een artistieke en persoonlijke zoektocht.

Bascoulard vestigde zich in Bourges, een stad in het departement Cher die zijn excentriciteiten tolereerde, en illustreerde de straten aldaar met Chinese inkt en penseel, terwijl hij op een wankele driewieler door de wijken reed. Zijn leven, getekend door twee tragedies – de moord op zijn vader door zijn moeder toen hij nog geen twintig was, en zijn eigen moord in 1978 – blijft een raadsel. Waarom wendde deze man, die zijn werken inruilde voor voedsel zonder ze te willen tentoonstellen, zich tot de fotografie en het zelfportret? Waarom droeg hij die excentrieke kleding – rokken, tunieken, hoeden – die hij zelf vervaardigde of samenstelde, en die centraal lijkt te staan in zijn foto’s? Was hij een geïmproviseerde modeontwerper, die een modecatalogus creëerde waarin hij zowel model als regisseur was?

Dertig jaar lang heeft Marcel Bascoulard zijn eigen beeld onderzocht aan de hand van een strikt protocol. Zijn zelfportretten tonen hem leunend tegen gebladerte, voor vervallen muren of in achtertuinen. Soms neemt hij plaats in een burgerlijke salon, gekleed als een dorpsvrouw in haar zondagse kleren, met een tas aan de arm. Hij lijkt altijd op zoek te zijn naar de essentie van zichzelf, een stille dialoog met zijn eigen spiegelbeeld.

Hoewel men in de verleiding kan komen om zijn werk te vergelijken met dat van Cindy Sherman of Claude Cahun, houden de vergelijkingen daar snel op. In tegenstelling tot Sherman, die zich verschuilt achter maskers, probeert Bascoulard niet te verdwijnen. En, in tegenstelling tot Cahun, lijkt hij de begrippen gender of identiteit niet ter discussie te stellen. Zijn zelfportretten zijn geenszins een uiting van narcisme, maar kunnen veeleer worden gezien als de uitdrukking van een diepe eenzaamheid, waarvoor hij al op zijn twintigste koos.

Door zichzelf te fotograferen lijkt hij ten volle te willen bestaan, ver van sociale conventies, in een ruimte waar hij zichzelf kan zijn.

Het fotografische werk van Marcel Bascoulard, dat lange tijd werd verwaarloosd ten gunste van zijn tekeningen, is bijna verdwenen. Het werd onder barre omstandigheden bewaard en heeft ondanks verhuizingen en de grillen van het leven standgehouden.

Sommige negatieven zijn voorgoed verloren gegaan, en afdrukken zijn op het nippertje uit de vlammen gered. Toch biedt dit kwetsbare en op wonderbaarlijke wijze bewaarde oeuvre ons een uniek kijkje in het leven van een kunstenaar die, ondanks een tragisch en marginaal bestaan, niet in de anonimiteit kon verdwijnen.

Marcel Bascoulard nodigt ons uit om na te denken over identiteit, eenzaamheid en de manier waarop kunst een toevluchtsoord kan worden, een ruimte van vrijheid. Door middel van zijn foto’s blijft hij voortbestaan en geeft hij ons een glimp van de fragmenten van een buitengewoon leven.

Fotograaf, tekenaar en dichter, een marginale kunstenaar naar het voorbeeld van zijn bestaan, Marcel Bascoulard (1913-1978) kleedde zich graag als vrouw en maakte talrijke zelfportretten waarin hij poseerde in de kleding die hij zelf had vervaardigd. Deze ‘prachtige zwerver’, een afwijkende figuur in de fotografie, werd in 1978 in Bourges vermoord.

Openingsbeeld

Openingsbeeld: Marcel Bascoulard Rond 1948