In 1577 grepen de geuzen de macht in Gent en in vele andere steden van de Lage Landen. Geuzen verzetten zich tegen religieuze onderdrukking en het Spaanse bewind. Die explosieve machtsgreep vormt het orgelpunt van een van de meest dramatische episodes uit onze geschiedenis. 

450 jaar later blikken we terug op die rebelse, ketterse steden. In een meeslepende tentoonstelling over verzet en terreur, repressie en tolerantie, desinformatie en beïnvloeding. Een historische thriller vol gruwel én schoonheid, met stedelingen in de hoofdrol.

Het schrikbewind van Alva 

Dit schilderij toont op allegorische wijze het schrikbewind van de hertog van Alva, als landvoogd van de Nederlanden van 1567 tot 1573.

Links zit de hertog van Alva op een troon, omringd door edelen en geestelijken. Onder hen bevindt zich kardinaal Granvelle. Met een blaasbalg blaast hij Alva wraakzucht en moordlust in, onder het voorwendsel van de verdediging van geloof en Kerk. Achter de troon staat de duivel. Hij houdt Alva de keizerskroon en Granvelle de pauselijke tiara voor als beloning voor hun wreedheid.

Voor Alva knielen zeventien vrouwen, van wie er zes een wapenschild dragen. Ze zijn geketend en verbeelden samen de Zeventien Provinciën van de Nederlanden. De afgebeelde wapenschilden zijn die van Holland, Brabant (verhuld), Zeeland, Vlaanderen (verhuld), Gelderland en Friesland. Alva houdt een verscheurd charter in de hand; andere verscheurde charters liggen op de grond. Opvallend is ook de spaarpot naast zijn troon. Die verwijst naar Alva’s geldzucht en naar de Tiende Penning, de gehate belasting die hij invoerde om de Spaanse troepen te betalen.

Achter de vrouwen staan vertegenwoordigers van de adel en van de Provinciale Staten. Zij staan niet op voeten, maar op palen, en houden hun hand voor de mond. Uit angst voor represailles durven ze niet te spreken of te handelen. Zo hopen ze een confrontatie met Alva te vermijden en een veroordeling wegens rebellie te ontlopen.

Op de achtergrond vinden verschillende terechtstellingen plaats. Centraal in het schilderij zijn de executies van de graven van Egmont en Hoorn afgebeeld, bijgewoond door een grote menigte. Het bloed van de veroordeelden stroomt van het schavot in een vijver, waaruit landvoogdes Margaretha van Parma de verbeurdverklaarde bezittingen opvist. Rechts is door een raam een even wreed tafereel te zien: aan een boom hangen al acht slachtoffers, rebellen die het hebben aangedurfd om tegen Alva en de Spaanse koning in opstand te komen. Een negende veroordeelde wacht, geknield, zijn lot af.

Het schilderij is bedoeld als een aanklacht tegen het bewind van Alva – de ‘IJzeren Hertog’ – en tegen de werking van de Raad van Beroerten. Deze uitzonderingsrechtbank werd in september 1567 ingesteld om protestantse beeldenstormers en andere opstandelingen te bestraffen. De Raad sprak naar schatting 10.000 veroordelingen uit. Ongeveer 1.100 personen werden ter dood gebracht. Om die reden kreeg de rechtbank de bijnaam ‘de Bloedraad’.

Het schilderij is geïnspireerd op een prent van Jan Pietersz. van de Venne uit 1622. Die prent grijpt op haar beurt terug op oudere voorbeelden, waarvan de oudste dateert uit 1569. De spaarpot verschijnt pas op prenten vanaf 1571.

Na het einde van het Twaalfjarig Bestand in 1621 was dit thema bijzonder populair in de politieke propaganda, zowel in de noordelijke als in de zuidelijke Nederlanden.

Beeld: Het schrikbewind van Alva, 17de eeuw, collectie STAM, objectnummer 00793