Een nogal onverwacht onderwerp, zal men zeggen, bij een kunstenaar die zich tot dramatisch bewogen thema's aangetrokken voelde. Zó bevreemdend is dat evenwel niet als men weet dat de schilder zich voor zijn grote werken doorgaans zeer grondig en accuraat documenteerde. Zo bezocht hij hospitalen en lijkhuizen om de figuren van doden en stervenden, die men op het vlot van de vergane Méduse ziet liggen, natuurgetrouw te kunnen uitbeelden. Men zegt zelfs dat hij afgezette lichaamsdelen naar zijn atelier meenam... Vandaar de aanzienlijke hoeveelheid tekeningen en schetsen die hij maakte voor dit groot schilderij, een der hoofdwerken van het Franse romantisme (de naturalisten waren dus volstrekt niet de eersten die documentatie verzamelden vooraleer ze hun werk begonnen: dat deed de romanticus Géricault hun reeds voor!); vandaar wellicht ook het feit dat de schilder in dokterskringen bekend was geraakt en er vrienden telde. Eén hunner, Dr. Georget, had het plan opgevat een verhandeling over geestesziekten te schrijven en voelde de behoefte daartoe steeds het beeld van krankzinnigen voor ogen te hebben. Blijkbaar was dat niet mogelijk in het soort Parijzer Godshuis 'La Salpêtrière' waar hij kliniekchef was en waar buiten bedelaars en vagebonden ook gekken opgenomen werden.
Zo stelde Géricault zijn vriend voor tien doeken te schilderen naar de meest interessante gevallen van zijn ziekenhuis. Zo is dan 'De krankzinnige moordenaar' van Gent een der tien klinische documenten, waarvan de helft verloren is gegaan en waarvan er zich nog drie andere in openbare verzamelingen bevinden, namelijk in het Louvre te Parijs, het Museum voor Schone Kunsten te Lyon, en het Museum van Springfield in de Verenigde Staten van Amerika. Een vierde is in Zwitserland in privé bezit. Het was dus wel een buitenkansje voor het Gents museum zich, dank zij een schenking van de Vrienden van het Museum in 1908, met een der uiteraard zeldzame schilderijen te kunnen verrijken, zeldzaam vooral onder oogpunt van hun bestemming. Want indien men tegenwoordig misschien een weinig glimlachen kan over de wetenschappelijke waarde en bruikbaarheid van een schilderij als studiemateriaal voor geestesziekten, dat neemt niet weg dat men ze als psychologische of psychopathische portretten van ongewone betekenis, want met opzet en rechtstreeks naar de patiënt gekonterfeit, kan beschouwen.
Een Franse schrijver over kunst, Charles Clément, heeft honderd jaar geleden in zijn boek over Géricault geprobeerd de verschillende door de kunstenaar uitgebeelde gevallen te karakteriseren: monomanie van het spel, monomanie van de kinderroof enz. Bij het schilderij van Gent zou het dus gaan om de monomanie van de moord. Soms heet het ook de monomanie van de diefstal. Men is dus niet akkoord. - Ik acht mij geenszins bevoegd op de psychopathische kant van dit werk in te gaan, maar, in tegenstelling b.v. met 'La Folle' van Lyon, aan wier geestelijk (en fysisch) verval niemand zal twijfelen, maakt naar mijn gevoel de man, die op het Gentse doek voorgesteld is, niet noodzakelijk de indruk een waanzinnige, laat staan een moordenaar te zijn. Althans niet op het eerste gezicht.