OKV2004.4
Tentoonstellingen prijs je niet aan met een exacte omschrijving van wat zij te bieden hebben. Ontwapenende eerlijkheid schiet tekort om drommen bezoekers in beweging te zetten. Maar goedklinkende beeldspraak, eventueel gekruid met een omfloerste toespeling, dat kan wonderen verrichten. Zegt u nu zelf. Waar zou uw voorkeur naar uitgaan: naar 'Hoogtepunten uit Abdijbibliotheken in de Provincie Antwerpen' of naar 'Een Zee van Toegelaten Lust '? Nochtans één en dezelfde tentoonstelling in de Koningin Fabiolazaal in Antwerpen.
Vitruvius, De architectura libri decem. Francesco de Franceschi en Johann Criegher. Venetië, 1567. Abdij Bornem
De naam Godefridus Bouvaert zegt u waarschijnlijk niets. De samenstellers van de tentoonstelling kenden hem ook niet, maar tijdens hun opzoekingen hebben zij zijn verdiensten leren waarderen. Hij was ergens in de achttiende eeuw bibliothecaris van de Sint-Bernardusabdij te Hemiksem. Die taak moet hem erg veel voldoening gegeven hebben. In het document waarin hij de boekenrijkdom van de abdij beschrijft (een echte catalogus durven wij het niet noemen) laat hij zijn geestdrift de vrije loop. Zijn poëtische kwaliteiten zijn maar aan de povere kant en hij rijgt de karamelleverzen moeiteloos aan elkaar. Toch inspireren de boeken hem tot één genster zuivere poëzie. De bibliotheek omschrijft hij als 'So een plaats verciert met Boeken' die hij vergelijkt met een 'aengenamen schat', nogal onhandig rijmend met 'als dat'. Maar dan komt het:
'ia 'k en vreese niet te seggen, dat zy is soo vol van rust;
dat sy schynt een zee te wesen vol van toegelaten lust
Het ontuchtige 'lust' wordt op merkwaardige wijze salonfähig gemaakt door er het epitheton 'toegelaten' aan te koppelen: een prachtige vondst ontstaan in een bibliofiele roes! De tentoonstelling in spe die het tot dan toe met een werktitel had moeten stellen, had meteen een titel met panache. Maar wat moeten wij ons daarbij voorstellen ?