OKV2019.5
Hoewel Jan Brueghel de Oude (1568-1625) de zeventiende-eeuwse tekenkunst nieuw leven inblies, werd er nog nooit een tentoonstelling exclusief aan zijn tekeningen gewijd. Het Snijders&Rockoxhuis brengt daar verandering in door een indrukwekkende collectie Bruegheltekeningen samen te brengen.
Wie dacht dat het Bruegeljaar na de grote overzichtstentoonstelling in Wenen geen verrassingen meer in petto had, vergist zich. Niet alleen organiseert de Koninklijke Bibliotheek in Brussel een tentoonstelling over de prenten en tekeningen van stamvader Pieter Bruegel de Oude, ook het Snijders&Rockoxhuis plaatst tekeningen centraal. In Antwerpen wordt aandacht besteed aan het getekende oeuvre van de jongste telg van Pieter: Jan Brueghel de Oude.
Jan Brueghel de Oude was rond 1600 een van de meest prominente en succesvolle kunstenaars uit de Zuidelijke Nederlanden. Zijn opleiding kreeg hij vermoedelijk van zijn grootmoeder, Mayken Verhulst (1518-1599), die zelf als miniatuurschilder actief was en hem met waterverf leerde werken. Aan deze opleiding zou Jan Brueghel een levenslange passie overhouden voor het minuscuul weergeven van verschillende stoffen, wat hem een van zijn vele bijnamen opleverde: Fluwelen Brueghel.