OKV2017+
België boert uitstekend in de negentiende eeuw. Als eerste geïndustrialiseerde natie van het vasteland is haar economisch succes bijna niet te stoppen. Het platteland loopt leeg en boeren nemen hun intrek in de volksbuurten van de groeiende steden. Hier worden zij arbeiders, vaak in erbarmelijke omstandigheden levend. De verkrotte en overbevolkte beluiken zijn een broeihaard voor armoede en ziekte. Het heimwee naar het plattelandsbestaan is alom aanwezig.
Valerius De Saedeleer, Lentezicht, 1925. Olieverf op doek, 110 x 110 cm
Kunstenaars als Emile Claus, Gustave Van de Woestyne, George Minne, Gust. De Smet en Frits Van den Berghe verlaten het vervuilde Gent. In de dorpen van de Leiestreek kunnen ze vrij ademen, en vinden ze echo’s van de verloren idylle. Elk op hun manier zoeken ze – bewust of onbewust – hun ‘roots’. De een vindt die in rijpe korenvelden, de ander in de bruegeliaanse poëzie van een winterlandschap of in het getaande gezicht van een boer.
Hoe dan ook: deze kunstenaars lijken op een bijna romantische manier te raken aan iets wat nog het beste kan omschreven worden als ‘oerelementen’. In hun schilderijen, beelden en tekeningen zweemt een soort collectieve essentie, een monumentale, complexloze en vaak bijna spirituele ode aan de streek en haar bewoners.
De Eerste Wereldoorlog blijkt een breuklijn. Een nieuwe generatie kunstenaars treedt op de voorgrond. Buitenlandse ballingschappen maken dat kunstenaars als Gust. De Smet, Frits Van den Berghe, Constant Permeke en Edgard Tytgat voeling krijgen met wat internationaal beweegt op de artistieke scène.
Hier vindt een shift plaats: hun thema’s blijven door en door volks, met in de hoofdrol de mannen en vrouwen van het platteland, nu ook aangevuld met caféinterieurs, kermissen, circussen en variété. Maar in tegenstelling tot hun voorgangers gaat het voor deze kunstenaars niet meer om het schilderen van wat zich visueel aan hen voordoet. Wat ze zien, wordt voortaan nadrukkelijk gefilterd door hun eigen emoties. Daarbij zoeken ze elk op hun manier naar archetypen en grote verhalen. Het is de kijk van kunstenaars ‘van hier’ op de wereld ‘van hier’ – maar dan met een universeel karakter.