OKV2026+
Marie Cloquet (°1976) maakt werk over beschaving; over hoe we ons organiseren en wat daarvan overblijft. Voor haar tentoonstelling Ultraviolence bij Annie Gentils Gallery verzamelde ze satellietbeelden van oorlog en bombardementen en vertaalde die naar gelaagde zeefdrukken. Tegenover die harde beelden plaatst ze alledaagse objecten die geborgenheid uitstralen. Een gesprek over geweld en hoe kunst een dialoog op gang kan brengen over wat we liever niet zien.
Marie Cloquet - Ultraviolence IV - 2026
Een reeks start bij mij altijd in de realiteit; bekommernissen, zorgwekkende situaties, dingen die mij choqueren. Mijn werk gaat over de sporen die de mens achterlaat, zoals afval, ruïnes en, nu, geweld. Deze reeks heeft wortels in screenshots die ik reflexmatig nam van de satellietbeelden die op ons afkwamen tijdens de eerste dagen van de Russische invasie in Oekraïne; sporen van vernieling door tanks en explosies. Die periode was niet alleen choquerend door het geweld op zich, maar vooral omdat we in Europa leken te denken dat zoiets niet meer kon gebeuren. Toen wist ik nog niet wat ik met die beelden wilde doen. Later belandden ze in mijn atelier en kwamen er beelden uit Gaza bij. Het was de eerste keer dat ik werkte met beeldmateriaal dat ik niet zelf gemaakt heb, maar geweld is iets waar je absoluut niet omheen kunt. Ik heb het gevoel dat we de laatste jaren in een gewelddadige spiraal beland zijn. We moeten het daar over hebben.
In de tentoonstelling toon je ook werk uit de reeks Halab (2020-2026). Op welke manier is die gelinkt aan de reeks Ultraviolence?
Halab is ontstaan tijdens de zware bombardementen op Aleppo, vroeg in de Syrische oorlog. Uit pure verbijstering ben ik foto’s beginnen maken van Aleppozeep die ik nog thuis had liggen, een typisch product van daar. Tijdens de coronapandemie kreeg die reeks een nieuwe gelaagdheid en groeide ze uit tot een tentoonstelling. Voor Ultraviolence greep ik ernaar terug en koppelde ik die foto’s aan textiel zoals de bedsprei van het logeerbed van mijn grootouders, waardoor de werken een persoonlijke, gevoelsmatige lading kregen. Tegelijk doet het patroon van dat laken mij denken aan het soort stoffen dat ik ben tegengekomen in het Midden-Oosten.