OKV2026.1
Eind vorig jaar deed een veilingweek in New York de internationale kunstmarkt opnieuw opveren. Phillips, Sotheby’s en Christie’s noteerden een totale verkoop van 1,57 miljard dollar tijdens de Marquee Evening Sales, een stijging van 73 procent ten opzichte van 2024. Het was de eerste keer in drie jaar dat de markt opnieuw aantrok. Hoe indrukwekkend ook, die cijfers staan ver af van de manier waarop de Belgische kunstmarkt zichzelf vandaag moet heruitvinden. Yves Joris legt uit hoe dat zit.
Peter Bernaerts.
Op 19 november 2025 pronkte Sotheby’s met een Gustav Klimt van ruim 200 miljoen euro. Het is het soort nieuws dat wereldwijde aandacht krijgt, maar dat in België vooral voor opgetrokken wenkbrauwen zorgt. Hier geen miljardendeals, maar een subtiele verschuiving van de krachten. Geen sky is the limitretoriek, maar de vraag hoe het ecosysteem overeind kan blijven bij stijgende kosten, dalende impulsaankopen en structurele onzekerheid. Achter de internationale records schuilt voor ons land een ander verhaal: dat van een markt die tegelijk rijk en kwetsbaar is, van een traditie die kraakt, maar niet breekt, en van spelers die proberen te overleven in een landschap dat steeds minder voorspelbaar wordt.
Ik sprak met veilingmeester Peter Bernaerts (Bernaerts Auctioneers) en legde dezelfde vragen voor aan galeristen, verzamelaars en kunstenaars. Hun stemmen tekenen een complex beeld: soms kritisch, soms voorzichtig optimistisch, maar altijd doordacht.
Peter Bernaerts hoeft niet lang na te denken wanneer ik hem vraag hoe hij de kunstmarkt vandaag ervaart. “Het is nog nooit zo’n interessante tijd geweest voor de particulier om te kopen”, zegt hij bijna terloops. “Omdat er zó veel op de markt komt. We zien veel goed werk, origineel werk, stukken die vroeger zorgvuldig werden afgeschermd door handelaars. De dijken zijn losgeslagen.”