OKV2025.5
Homa Arkani (1983) groeide op in Teheran, maar haar artistieke praktijk bracht haar in 2017 naar België. Na een bijkomende studie aan KASK in Gent (School of Arts HOGENT en Howest), woont ze nu met haar gezin in Brussel. Haar werk evolueerde doorheen de jaren naar een eigen abstracte taal en in haar recentste tekeningen en schilderijen gebruikt ze menselijk haar om bepaalde innerlijke en maatschappelijke thema’s aan te kaarten.
“Als kind was ik altijd aan het tekenen. Toch wilde ik geen kunstenaar worden, maar groenteverkoper. Ik was gecharmeerd door de personen die in de supermarkt groenten selecteerden en netjes verpakt aan klanten aanboden. In de middelbare school koos ik voor wiskunde als hoofdvak. Hoewel ik op die leeftijd wel stilaan aan kunst begon te denken, kreeg ik van mijn omgeving vaak te horen dat ik vooral geld moest zien te verdienen. Daarom belandde ik in het hoger onderwijs bij grafisch ontwerp, als een soort ontmoeting tussen wiskunde en creatief denken.” Na enkele jaren als ontwerper en omzwervingen als freelancer, bleek de aantrekkingskracht van het schilderen toch sterker. Arkani dook in de Teheraanse kunstwereld, waar ze de sociale codes en interacties observeerde, wat leidde tot haar eerste reeks. Die stelde ze succesvol tentoon bij Mohsen Gallery in Teheran.
Een volgende reeks, Share Me, ging over de positie van de vrouw in de Iraanse samenleving. “Mijn werk is niet controversieel bedoeld”, licht ze toe. “Maar vaak gaat het onderhuids over hoe de maatschappij in elkaar zit. Bij tentoonstellingen in Iran kwam er iemand in dienst van de overheid langs om te bevelen welke schilderijen weggehaald moesten worden. Nochtans verkocht mijn werk goed, maar vooral bij mensen die ook kritisch over sociale en politieke structuren nadenken.” Toch blijft ze haar werk in haar thuisland tonen, vorig jaar nog bij Yeganeh Gallery.
De politieke dimensie was altijd aanwezig in haar werk, maar tegelijk zocht Arkani naar een manier om haar innerlijke leven te verbeelden. “Na een zware relatiebreuk verdiepte ik me in de poëzie van Rumi, een Perzische dichter uit de dertiende eeuw. Ik volgde lessen bij iemand die zijn werk verklaarde en er een spirituele begeleiding aan verbond.” Haar werk werd abstracter en intuïtiever, opgeladen met existentiële en spirituele contemplaties en innerlijke mijmeringen. Ze schilderde in een flow, als tijdens een meditatiesessie. Later vonden haar maatschappelijke bezorgdheden opnieuw hun weg in de inhoud van het werk, maar de abstractie bleef.