Dit najaar wordt Goya (1746-1828) als centrale figuur opgevoerd tijdens Europalia Spanje in Bozar. Eric Min speurt naar zijn invloed op latere generaties en taxeert het universum van de befaamde Spanjaard: “Een wereld tussen kwijl en dwangbuis, met weerzinwekkende oude vrouwtjes en hun nog prille nakomelingen die overmorgen al uitgewoond zullen zijn.”

'Luz y sombra. Goya en het Spaanse realisme' in Bozar

Francisco de Goya y Lucientes, Y no hay remedio (nr. 15, serie Desastres de la guerra), 1810-1863, ets, Museo Lázaro Galdiano, Madrid

Met drie topwerken heeft de Spaanse hofschilder Francisco de Goya y Lucientes een plaatsje in ons collectief beeldengeheugen veroverd, en het zijn niet de vrolijkste. In De derde mei van 1808 (Museo del Prado, Madrid) worden wanhopige boeren weggemaaid door een Frans executiepeloton: veel tastbaarder zou de waanzin van de oorlog niet worden. In Goya’s tweede emblematische werk, een ets, wordt een ingedommelde man belaagd door fladderende vleermuizen en uilen. De titel klinkt als een filosofisch traktaat: De slaap van de rede brengt monsters voort. Deze prent is een van de tachtig Caprichos, een suite van surreële visioenen die Goya tussen 1797 en 1798 aan het papier toevertrouwde. Vijftien jaar later volgde zijn reeks Los Desastres de la Guerra, een bloedstollend relaas van de Napoleontische veroveringstochten. Drie keer raak, en tijdloos ook nog. Dat is de Goya die vandaag tot de verbeelding spreekt. Zelf was de schilder langzaamaan stokdoof geworden, maar zijn etsen huilen, krijsen en schrijnen.

Voor een hoveling die grossierde in staatsieportretten, religieuze taferelen en ontwerpen voor elegante wandtapijten is het geen slechte score op onze populariteitsschaal. Van zijn tijdgenoten haalde slechts Caspar David Friedrich (de wandelaar die uitkijkt over de bergtoppen!) de canon en de boekomslagen, en misschien ook nog die andere hofschilder, Jacques-Louis David, met een of ander icoon uit de Napoleonlegende. Na dit drietal is het geduldig wachten op Turner en de impressionisten om de kunstgeschiedenis een stroomstoot toe te dienen.

Dit artikel is beschikbaar voor abonnees

Een abonnement kost slechts €59 euro per jaar  (leraren €55 en studenten €51) en je ontvangt daarvoor 6 publicaties.

Reeds abonnee? Dan kan je hier inloggen.

Abonnement

Een abonnement kost slechts €59 euro per jaar  (leraren €55 en studenten €51) en u ontvangt daarvoor 6 publicaties.

Abonnement online

Lees alle artikels van OKV online en doorzoek de voorbije vijftig jaargangen voor slechts €31.

Abonnement + Museumpas

Wie een nieuwe Museumpas (€62) aanschaft samen met een OKV-abonnement (€59) betaalt slechts €117 i.p.v. €121voor combi museumpas en abonnement.

Proefabonnement

Proef eens van OKV.
Voor €32 krijg je drie nummers toegestuurd.