OKV2025.4
Sinds twee jaar onderzoekt Jeannine Vrins (1971) keramiek in haar atelier in Lier. In haar artistiek-academisch onderzoek probeert ze fysische en chemische processen in de keramische huid te begrijpen en te controleren. Ze deelt haar kennis als onderzoeker en docent aan de PXL-MAD School of Arts in Hasselt, De Beeldacademie in Lier en nu ook in OKV.
Jeannine Vrins, Yellow crane & pink flamingo
“Wat is het tegenovergestelde van rooskleurig?” vraag ik op een warme middag aan Google. Terwijl het antwoord binnenrolt, worden de datacenters ergens op de wereld met water gekoeld en met – hopelijk zonnige – elektriciteit gevoed. Het antwoord is: groen!
Ik hou van dieproze tot gloeiend rode tinten, zinderende kleuren zoals in het palet van schilder Mark Rothko (1903-1970). In de keramiek die ik maak, zoek ik vormen en toepassingen die die diepe kleuren kunnen (ver)dragen. Het pigment waarmee ik momenteel mijn rozeroden maak, is chroomgroen – volgens Google het tegenovergestelde van de kleur die ik wil maken. Deze paradox voedt mijn nieuwsgierigheid om te vatten hoe die kleuren ontstaan.
Als ontwerper en kunstenaar koos ik heel bewust voor keramiek als ‘mijn’ materiaal. De klei spreekt me aan om twee redenen. Ten eerste heb je bij het boetseren niet méér gereedschap nodig dan je handen. De aanraking is ook wederkerig: ik raak de klei aan bij het maken van een koffiebeker en ik raak jou als jouw handen de huid van de beker omvatten. Ten tweede schep je klei recht uit de grond. Die directe maakbaarheid houdt de mogelijkheid in om het proces volledig in eigen handen te nemen. ‘Keramiek’ komt van het Griekse woord keramos, dat letterlijk ‘gebakken aarde’ betekent, maar is veel complexer dan dat. Het wordt in verschillende sectoren toegepast, zoals in de bouw en bij sanitair. Het is een hele materiaalfamilie die, in de ogen van een ingenieur, onder andere ook glas, gips en cement omvat.