OKV2025.4
Eindelijk, een (culturele) biografie over Louis Artan, de belangrijkste Belgische marineschilder. Niet het zoveelste salontafelboek, maar een compacte studie die nog jaren als referentie zal dienen.
Mijn atelier in De Panne, ca. 1885, olieverf op doek,
Als de naam Artan je al vertrouwd is, dan is het waarschijnlijk door de romantische voorstelling van de schilder die vanuit een keet op het strand van De Panne zijn favoriete thema bestudeerde: de zee. Zelf bedacht hij de mooist denkbare formule om die temperamentvolle Noordzee te omschrijven: “dat model dat nooit stilzit”.
Het beeld van Louis Artan de Saint-Martin (1837-1890) als een wereldvreemde zonderling met een maritieme fixatie klopt echter niet. Auteur Frank Becuwe toont gedetailleerd aan dat de man volop deelnam aan artistieke activiteiten. Hij was autodidact, werkte met een open geest en groeide uit tot een volbloed pleinairist. Zijn leven lang onderhield hij stevige vriendschappen. In Brussel kon hij het zo goed vinden met Louis Dubois, dat het duo met de bijnaam Porthos en Aramis werd bedacht, verwijzend naar twee van De drie musketiers. Met Félicien Rops deelde hij dan weer de passie voor de roeisport en vrouwen. Litteratoren behoorden ook tot zijn vriendenkring, zoals de journalist Léon Dommartin, ook bekend als Jean d’Ardenne, en de romancier Camille Lemonnier. Al die contacten groeiden uit tot een waar netwerk; ze kenden elkaar en waren ook solidair – het afstaan van een werk om een collega er bovenop te helpen behoorde tot de geplogenheden.