OKV2025.4
Robin Vermeersch is van alle markten thuis: van tekeningen en schilderijen over sculpturen en installaties tot toegepaste kunst. Met zijn herkenbare vormentaal zet hij de werkelijkheid naar zijn hand. Vermeersch is gefascineerd door de ritmische, geometrische structuren en patronen van natuurlijke elementen. “Het is een organische taal die vertrekt vanuit een zekere zachtheid, een tegenpool van harde zakelijkheid en kilheid.”
Foto: Saskia Vanderstichele
Het is genoegzaam bekend dat José Vermeersch (1922-1997) niet de enige kunstenaar is binnen de Vermeersch-clan. Zijn zoon Rik is kunstschilder en diens zonen Pieter en Tinus zijn ook kunstenaar, net als hun jongste broer Robin Vermeersch (1977). De drie broers kregen een stevige, klassieke basis aan de kunsthumaniora van Maricolen Brugge. Daarna studeerde Robin schilderkunst bij KASK in Gent, waar hij les kreeg van Marc Maet. Hij verkaste evenwel samen met zijn broer Tinus naar Sint-Lukas, waar hij docenten had als Peter Buggenhout (1963), Johan Boutelegier, Willem Cole en Benoît van Innis. Buggenhout was minder fan van de schilderkunst en stimuleerde zijn studenten in het tweede jaar om te experimenteren met driedimensionaal werk. Robin Vermeersch dreef zo naar sculpturen en assemblages en ook tekenen won aan belang, ook al bleef de schilderkunst zijn eerste liefde.
In 1999 studeerde hij af als master. Rond die periode opende in het druk gefrequenteerde – nu verdwenen – studentenrestaurant Overpoort in Gent een tentoonstellingsruimte. Paul Robberecht vormde een banale inkompartij om tot de interessante galerieruimte Kunst-Zicht, waar onderzoeker en curator Guy Bovyn jonge kunstenaars programmeerde. Hier stelde Vermeersch in 2004 een muurschildering tentoon die zich in de loop van een maand ontwikkelde. Looplijnen toonde de bewegingen van voetballers tijdens een match.