OKV2025.4
Hoe kijken we naar de ruimte en wat vertellen we onszelf over de onmetelijke kosmos boven ons hoofd? Kunstenares Amélie Bouvier (1982) vraagt zich af wat astronomisch beeldmateriaal kan verklappen over onze verlangens, angsten en illusies.
Bouvier bevraagt sterrenkundig erfgoed via archieven en onderzoekt wat deze illustraties en weergaven zeggen over ons (on)vermogen om geschiedenis en herinneringen vast te houden en door te geven en hoe beelden een verhaal transformeren. Haar onderzoek mondde uit in tekeningen, textielwerken en een geluidsinstallatie die ze samenbrengt in haar solotentoonstelling Stars, don’t fail me now! bij Harlan Levey Projects in Brussel. Centraal staat haar nieuwe reeks Photodessinographie: minutieuze tekeningen in grafiet en inkt, gebaseerd op beschadigde glasplaten uit een Parijs observatorium met fotonegatieve weergaven van de zon.
Veel van je werk is geïnspireerd door astronomie en afbeeldingen van de kosmos. Vanwaar die keuze?
Amélie Bouvier: “In 2018 botste ik op het boek L’astronomie au féminin van Yaël Nazé, waarin ze focust op verhalen van vrouwen in de astronomie. Een van die verhalen gaat over het Harvard College Observatory aan het einde van de negentiende eeuw toen een nieuwe directeur, Edward Charles Pickering (1846-1919), werd aangesteld. Hij was niet tevreden van het personeel en stelde zijn poetsvrouw, Williamina Fleming (1857-1911), aan. Ze deed haar werk zo goed dat hij daarna bijna alleen nog maar vrouwen aannam. Alle wetenschappelijke documentatie – schetsen van planeten, in kaart brengen van sterrenstelsels, bewerken van glasdia’s – werd toen openlijk door dit vrouwelijke team uitgevoerd, zonder dat hun bijdragen verzwegen werden, zoals toen gewoonlijk gebeurde. Die archiefstukken zijn heel belangrijk geweest voor mijn werk. Eigenlijk ben ik eerder geïnteresseerd in de verhalen, geschiedenis en anekdotes omheen astronomie dan in de wetenschap zelf. Op zoek naar interessante materie, bezoek ik allerlei archieven, zoals de Harvard Plate Stacks en die van het Observatoire de Paris in Meudon, maar ga ook gesprekken aan met wetenschappers en geschiedkundigen uit het veld.”