OKV2025+
De collectie van M Leuven werd in het verleden gevoelig uitgebreid door verschillende privéverzamelaars die hun zorgvuldig bij elkaar gezochte kunst aan de stad legateerden of schonken. In Kunst die binnenkomt. Privéverzamelingen in M blikken we terug op de historiek van het museum en de sleutelfiguren en -momenten bij de totstandkoming van de collectie.
Léon Spilliaert, Vrouw op een tentoonstelling, 1912, langdurige bruikleen privéverzameling België
De eeuwwisseling van de negentiende naar de twintigste eeuw was zo’n kantelpunt, want op dat moment veranderde de relatief ‘lokaal’ georiënteerde Leuvense stadscollectie. Van een samenraapsel van een achttiende-eeuws stedelijk rariteitenkabinet en vele religieuze werken evolueerde ze naar stedelijk bezit overgemaakt na de Franse Revolutie en de afschaffing van kloosters en kerken uit de regio. En dankzij enkele weldoener-verzamelaars kwam ook moderne en contemporaine kunst in de collectie terecht.(1)
De tentoonstelling Kunst die binnenkomt. Privéverzamelingen in M gaat dieper in op de diversiteit van de kunstwerken en de verzamelaars die ze bijeenbrachten, en is zo transhistorisch en multidisciplinair van inslag. Daarmee is ze een afspiegeling van de meer dan 56.000 objecten tellende collectie van M, die door haar organisch gegroeide stedelijke wortels ook bijzonder divers is opgebouwd.
De expo is echter veel meer dan een terugblik, ze is ook een blik op het heden en de toekomst van onze collectievorming. Schenkingen, legaten en bruiklenen uit privébezit zijn ook vandaag nog steeds belangrijke factoren binnen het verwervings- en tentoonstellingsbeleid van musea. Voor een museum als M is dat niet anders. Het is een expliciet strategisch doel om onze kerncollectie te versterken met langdurige bruiklenen, met bijzondere aandacht voor complementaire private verzamelingen. Privaat-publieke museale samenwerkingen zijn win-winsituaties – in de eerste plaats voor het erfgoed zelf. Verzamelaars lenen topwerken uit die niet museaal ontsloten zijn voor een groot publiek; terwijl musea instaan voor inhoudelijke en praktische knowhow over het onderzoeken, tonen en verzorgen van kunst en erfgoed.
Recent kon M drie volledige privécollecties verwerven. Twee ervan als langdurige bruikleen, één als legaat. Het gaat in totaal over honderden werken, van de middeleeuwen tot de eerste helft van de twintigste eeuw, die de M-collectie niet alleen gevoelig uitbreiden, maar ook verder contextualiseren. Zo’n grote influx aan werken uit privébezit is ons al meerdere decennia niet meer te beurt gevallen. Kunst die binnenkomt is een mooie gelegenheid om de rijkdom van deze verzamelingen voor de eerste keer te tonen aan het publiek.
Daarnaast legt de tentoonstelling de raakvlakken tussen museaal en privaat verzamelen bloot. Er zijn immers gelijkaardige redenen waarom kunst binnenkomt in een verzameling, of die nu een besloten of publieke status heeft: het verwerven van kennis of het nastreven van volledigheid, het opbouwen van status of een netwerk, of het alledaagse leven met of tussen kunst, vaak emotioneel en persoonlijk van inslag. Kunst die binnenkomt, zowel letterlijk als figuurlijk.