In het Verhaerenmuseum in het pittoreske Puurs-Sint-Amands loopt momenteel een tentoonstelling met werk van Gerolf Van de Perre (°1965). Via schilderijen en tekstfragmenten gaat hij in dialoog met Emile Verhaeren en enkele van zijn prominente vrienden uit het vooroorlogse West-Europa, zoals Rainer Maria Rilke en Stefan Zweig.
Aan tafel met Rilke, Verhaeren en Zweig
Cover van het gelijknamige boek bij de tentoonstelling.
Smeer wat choco op het voorhoofd van een kind. Plaats het voor de spiegel. Als het de vlek van het eigen voorhoofd veegt, en niet van de spiegel, is het toegetreden tot de Lacaniaanse 'symbolische orde'. Dan herkent het zichzelf als individu, verschillend van andere individuen en er tegelijk mee verbonden. Er breekt een levenslang proces aan van spiegelen en zich onderscheiden. Het kind is een geheel, maar ook een onderdeel, van een gezin, een vriendengroep, een gemeenschap, een samenleving, een land, een wereld, een geschiedenis. De erkenning van het ik impliceert de inbedding van het ik. Vooruitblikken en achteromkijken worden onafscheidelijk.
De spiegeling is een centraal motief in Gerolf Van de Perres tentoonstelling Rilkes Cirkel. Zijn schilderijen in het Verhaerenmuseum doen denken aan het werk van de Amerikaanse fotograaf Saul Leiter (1923-2003). Via de reflectie krijgen we een inkijk in twee werelden tegelijk: de werkelijke en de gereflecteerde. Spiegels vormen een tussenruimte waar binnen en buiten elkaar aanraken, waar het verleden van de afbeelding over het heden van de toeschouwer schuift, waar de historische 'orde' samenvalt met de hedendaagse. Via Van de Perres werk herkennen we onszelf als individu, maar ook als deel van een groter geheel, van een continuüm, dat het tijdsgewricht van toen koppelt aan vandaag.