OKV2024.5
Veertien jaar geleden was er ook een Ensorjaar, toen omdat de Oostendenaar 150 jaar geleden het levenslicht zag, nu omdat hij 75 jaar terug in de tijd de schildershemel besteeg. Curator Herwig Todts zwaait af bij het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, maar niet zonder een knallend en breedvoerig orgelpunt met Ensors stoutste dromen. Het impressionisme voorbij. Hoe stout was de nukkige Oostendenaar eigenlijk en hoever voorbij dat impressionisme is hij geland? Maar ook: wie mag hij naast zich dulden in die hemel vol schilderende sterren?
In de vaste collectie van het KMSKA heeft Ensor, en dat als enige kunstenaar, een volledige vleugel voor zichzelf zonder dialogen met anderen.
Herwig Todts (HT): “Inderdaad, de collectie van het KMSKA is vandaag thematisch opgevat, zodat oude, moderne en hedendaagse kunst in dialoog gaan. Bij de oude kunst is dat noodzakelijk want het enthousiasme en de kennis zijn vandaag minder. Mensen willen weten wat die kunst over hun leven en hun tijd te zeggen heeft. Enkele Ensors zijn wel over de collectie verspreid. Hij kreeg een eigen vleugel om hem verder te lanceren als dé vedette van de Belgische kunst. Ook in de Ensortentoonstellingen die we hielpen realiseren in bijvoorbeeld Los Angeles, Chicago, New York, Parijs of Londen werd exclusief Ensor getoond. Dat had ook te maken met de niet helemaal correcte idee dat Ensor een uitzondering zou zijn, terwijl hij een typisch Europese kunstenaar van zijn tijd is. Als ik iets wil aantonen met deze tentoonstelling, dan is het dat.”
Ensor voelde zich vaak verongelijkt, te weinig gewaardeerd.
HT: “Terecht vind ik. Wie in België kon wat hij deed op het einde van de negentiende eeuw? Dat gaat niet enkel over de durf, maar ook over de kwaliteit van zijn schilderwerk. Zelfs al had zijn oeuvre enkel bestaan uit Russische muziek, de burgersalons, de marines, dan was hij nog altijd een buitengewone schilder geweest.”