OKV2024.4
Vergeet even Rodin, Monet, Morisot of Van Gogh, en bedenk dat de geschiedenis evengoed in de bijkeuken als in het salon wordt geschreven. Vaak zijn het kleine meesters die het verhaal van de kunst op smaak brengen. Wie kent Jean Mayné nog, of vader en zoon Musin? Marten Melsen? Zoals deze bescheiden schilders was ook de Brusselse beeldhouwer Jules Herbays een petit-maître. Op zoek naar sporen van zijn leven en werk komt een tijdperk tot leven.
L’adolescence op het Klein-Zwitserlandplein in Elsene
Slechts een handvol sculpturen in Brusselse plantsoenen dragen de zwierige signatuur van Jules Herbays (1866-1940), en hoogst zelden kom je op een veiling een bronzen of marmeren beeldje uit zijn atelier tegen. Dat was rond 1900 niet anders: ook toen was het dringen op het podium van de kunst. Monstres sacrés als de Franse beeldhouwers Rodin of Carpeaux en hun Belgische collega’s Constantin Meunier en Jef Lambeaux gingen met alle aandacht lopen. In hun schaduw vochten tientallen, zelfs honderden vaklui voor een plaats onder de zon. Of een kunstenaar carrière maakte, had evengoed met talent te maken als met een portie geluk of de juiste relaties.
Is Jules Herbays onder de radar gebleven omdat hij te dicht bij huis rondhing? Zijn jeugd bracht hij door in de Sans-Soucistraat in Elsene, en na zijn huwelijk in 1894 vestigde hij zich vlakbij in de statige Kroonlaan. Daar richtte hij zijn atelier in; de woning zelf werd in 1903 door architect Charles Patris uitgebreid met een tentoonstellingsgalerie waar het daglicht door twee verrières binnenstroomde. Voor de elegante balkons in smeedijzer tekende Herbays zelf: zo konden zijn vermogende klanten vaststellen waartoe deze firma in staat was. De Brusselse almanach – een jaarlijkse adressengids – en de akten van de burgerlijke stand kennen deze jonge kunstenaar, zoon van een metselaar, achtereenvolgens als slotenmaker, poêlier (kachelfabrikant) en ferronnier (kunstsmid). Vooral na zijn huwelijk komt daar de vermelding statuaire of sculpteur (beeldhouwer) bij. Was hij al te bescheiden of besefte hij dat een beginnend kunstenaar er beter een lucratieve bijbaan op nahield? Was het een familietrek?