OKV1995.2
Van 28 april t/m 2 juni loopt in 't Elzenveld en in de BBL-Brabo Hall te Antwerpen een overzichtstentoonstelling met werken van de laatste twintig jaar van José Vermeersch. Een kleine aanvullende tentoonstelling in Het Spijker in Hoogstraten toont kleinere sculpturen van de 71-jarige Vermeersch (2 mei tot 21 mei).
Keramisch beeldhouwer José Vermeersch wortelt diep in de Westvlaamse grond. Als zoon van een vlaswerker ging hij met vader en broers naar de Leie om er de 'kapellen' te zetten en de 'hekken' ( de bakken waarin het vlas lag te roten) te trekken. Maar het bloed van de voorouders - decorateurs van kerken - stuwde de 13-jarige José naar de Kortrijkse academie. Als hij naar het Hoger Instituut te Antwerpen vertrekt, is hij achttien. Een 'boerken' uit de Westvlaanders die het moet maken in de grote stad. Het is een harde tijd maar er is ook veel 'leute'. Constant Permeke is er één van zijn leermeesters. Het klassieke schilderen beu, de nieuwe figuratie had hem al in haar greep, trekt José Vermeersch naar de Westhoek. "Met mijn ideeën moest ik niet naar Sint-Martens-Latem gaan!". Hij werkt er in alle rust zijn filosofie uit en 'diene rare artiest met zijn geverfd kostuum' ontmoet er ook zijn vrouw "zonder wie het allemaal niet mogelijk was geweest".
Stond zijn filosofie in 1946 vast, de concrete verwoording zou nog twintig jaar op zich laten wachten. "Ik Heb toen veel werk gemaakt maar ook heel veel vernietigd. leder weekend zocht ik verder. Ik was ondertussen getrouwd en zette open haarden om den brode. Het zat allemaal in mijn hoofd maar het moest naar beneden komen, geconcretiseerd worden. Dat was niet makkelijk. ik moest een totaal nieuwe taal ontwikkelen." In de jaren '60 breekt Venmeersch door met zijn schilderwerk maar echt tevreden is hij niet. De derde dimensie moet erbij en in '68 begint hij met keramiek: "Massief boetseren was niet wat ik zocht. 'k Ben dan beginnen experimenteren met lappen klei. Toen de kop half van mijn eerste beeldje afgewerkt was, zakte het in elkaar maar ik wist dat het kon. De volgende dag ben ik herbegonnen en ik ben niet meer gestopt!".
Vermeersch keramische beelden zijn 'stille aanwezigen' die met venbaasde blik uitstaren over een wereld die hen noch vreemd, noch bekend is. Bodes uit een ver verleden dragen ze de toekomst in zich. Ze ZIJN, solide en broos tegelijk. De eerste beelden kregen een verflaag en haar. Kledij ontbrak van bij het begin. "Ik wou terug naar de bron van het leven, het 'mysterie' leven. Mijn eerste werkje was een figuurtje dat wegliep een bakske achter zich aan trekkend, een restje kultuur. Ik heb altijd weer geprobeerd mijn beelden de kleden maar het lukt me niet. Het gaat immers niet om die figuren in hun bestaan, het gaat over die figuren als uitbeelding van de tijdsgeest. Vandaar dat ik hen steeds weer naakt moet laten".
De stille figuren krijgen gaandeweg gezelschap van de hond, dé compagnon van de mens aldus Vermeersch en hij aait liefdevol de kop van Barri. Vermeersch bleef zijn Leieland trouw en nestelde zich in Lendelede. Atelier, oven- en grote bronzen beelden. Om dit de realiseren grijpt hij terug naar het massief boetseren, de afmetingen zijn té groot voor de laag voor laag opbouw. Echtheid en intensiteit zijn twee sleutelwoorden voor José Vermeersch. Hij noemt zichzelf een man van uitersten. Het golvende land rondom zijn huis doet hem dromen: "Ik verlang er zo naar om landschappen te schilderen. Landschappen met dezelfde geest van de beefden: onaards werkelijk. Landschappen die niet bestaan maar waarin je goed voelt. Je goed voelen, dat is belangrijk."