In 1996 organiseerde de Vlaamse Gemeenschap samen met de Katholieke Universiteit Leuven een tentoonstelling over Vlaamse miniatuurkunst rond 1500. Deze tentoonstelling was eerst te zien in het Hermitagemuseum te Sint­Petersburg, daarna in het Musea Bardini te Firenze. 
Van 11 april tot 22 juni zal ze te zien zijn in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen. 
Eén van de meest intrigerende fenomenen uit de Vlaamse artistieke productie staat centraal: de miniatuurkunst van 1475 tot 1550. 

Breviarium Mayer van den Bergh, Sint-Catharina, fol. 611v-612 en mei, fol. 3v.  Museum Mayer van den Bergh, Antwerpen. 

Breviarium Mayer van den Bergh, Sint-Catharina, fol. 611v-612 en mei, fol. 3v.  Museum Mayer van den Bergh, Antwerpen. 

Rond 1475 ontwikkelden kunste­naars in de Zuidelijke Neder­landen een nieuwe stijl die door drie generaties van binnen- en buitenland­se miniaturisten werd nagevolgd en uitge­bouwd. De tentoonstelling brengt voor het eerst een ruime selectie van deze kostbaarheden samen. De meeste worden zelfs voor de allereerste keer aan het grote publiek voorgesteld. De miniaturen zijn stuk voor stuk meesterwerken: onbeken­de Vlaamse primitieven op perkament.

Het laatste kwart van de r 5de eeuw mar­keert een essentieel keerpunt in de cultu­rele geschiedenis van Europa. De ontwik­keling van de boekdrukkunst tot een vol­waardig medium was zonder twijfel één van de meest opvallende realisaties van deze periode. Merkwaardig genoeg bleef de belangstelling voor het verluchte handschrift bestaan. De Vlaamse miniatuur­kunst beleefde zelfs een schitterende laat­ste bloei, het orgelpunt van een kunst waarin artiesten uit de Zuidelijke Neder­landen eeuwenlang hadden uitgeblonken.

Omstreeks 1475 realiseerden miniaturis­ten ingrijpende vernieuwingen die van zulke kwaliteiten getuigden dat ze vrijwel onmiddellijk in West-Europa werden na­gevolgd. Kenmerkend is een originele stijlopvatting die uitdrukkelijk het oog wil strelen. Dit werd bereikt door rijke deco­ratieve, coloristische en illusionistische ef­fecten, door de aandacht voor het land­schap en door het narratieve karakter van de illustraties. Het platte vlak van het per­kamenten blad werd als het ware volledig doorbroken. In de marge-decoratie schie­pen de artiesten verrassende effecten met de "trompe l' oeil" weergave van motieven, zoals bloemen, insecten en voorwerpen. Door de detaillering en het beklemtonen van licht- en schaduwwerking kregen ze een uiterst reëel uitzicht. In de miniaturen zelf vallen de diepe interieurs en de magi­strale landschappen op, de sterke verha­lende uitwerking van de scènes en de rijke lichteffecten. De kunstenaars trachtten van elk tafereel een klein meesterwerk te maken. 

De handschriften in deze tentoonstelling werden niet louter omwille van hun esthetische kwaliteiten geselecteerd. De centrale vraag is wie deze kunstwerken aankocht en hoe ze functioneerden. Van 
alle manuscripten kent men de opdracht­gever(s), de eerste bezitters(s) en/ of het land van bestemming. Belangrijke gezagsdragers wensten, vaak als bevestiging van hun status, dergelijke kostbaarheden te verwerven. Maar niet alleen vorsten, hovelingen en clerici kochten deze 
kunstwerken of kregen ze ten geschenke. Ook kooplieden, begoede burgers en stedelijke instellingen bezaten verluchte handschriften. Naar schatting bleven meer dan duizend geïllustreerde handschriften uit die tijd bewaard. 

De overgrote meerderheid van de verluchte manuscripten werd niet meer door religieuzen vervaardigd, maar door de ambachtslui in de steden.  Van heinde en verre stroomden de opdrachten toe of kwam men handschriften kopen. Het suc­ces van de verluchters in Vlaanderen zette zich krachtig verder. Niet alleen ateliers in Gent en Brugge, maar ook miniaturisten in Mechelen, Antwerpen en Brussel ver­wierven internationale roem.

Aangetrokken door het interessant cultu­reel en economisch klimaat vestigden tal­loze buitenlandse kunstenaars zich in de Zuid-Nederlandse steden en zorgden zo voor nieuwe artistieke impulsen. ­

Dit artikel is beschikbaar voor abonnees

Een abonnement kost slechts €59 euro per jaar  (leraren €55 en studenten €51) en je ontvangt daarvoor 6 publicaties.

Reeds abonnee? Dan kan je hier inloggen.

Abonnement

Een abonnement kost slechts €59 euro per jaar  (leraren €55 en studenten €51) en u ontvangt daarvoor 6 publicaties.

Abonnement online

Lees alle artikels van OKV online en doorzoek de voorbije vijftig jaargangen voor slechts €31.

Abonnement + Museumpas

Wie een nieuwe Museumpas (€62) aanschaft samen met een OKV-abonnement (€59) betaalt slechts €117 i.p.v. €121voor combi museumpas en abonnement.

Proefabonnement

Proef eens van OKV.
Voor €32 krijg je drie nummers toegestuurd.