Vijfendertig jaar na de oorspronkelijke inhuldiging kreeg de zaal Wapens en Harnassen van het Koninklijk Legermuseum een nieuw jasje aangemeten. Een aantrekkelijke scenografie leidt het publiek door het rijke militaire erfgoed van de vijfde tot de achttiende eeuw.

Van arsenaal tot Star Wars

Zicht van het eerste deel van de zaal

Prestigieuze collectie met een bewogen geschiedenis

De collectie ‘wapens en harnassen’ vindt haar oorsprong in de vijftiende eeuw. De overlevering leert ons dat Anton van Bourgondië – zoon van Filips de Stoute, jongere broer van Jan zonder Vrees en dan hertog van Brabant (1404-1415) – in 1406 een wapenarsenaal in het Brusselse Coudenbergpaleis opzet. De wapenkamer bevat zowel persoonlijke harnassen als diplomatieke geschenken en oorlogstrofeeën. Het armeria wordt in de loop der eeuwen aangevuld, onder andere met Habsburgse bijdragen. De verzameling wordt echter ook abrupt gereduceerd, bijvoorbeeld door de brand die in 1731 het paleis verwoest. Het geheel wordt eveneens bewust  opgedeeld: wanneer Keizer Karel in 1555 aftreedt, brengt hij zijn harnassen naar Madrid over en in 1794, wanneer de Oostenrijkers in allerijl voor de Franse revolutionairen op de vlucht slaan, worden heel wat stukken naar Wenen verkast. De schatten van het Brusselse wapenarsenaal komen dus in verschillende Europese steden terecht.

De rest van de collectie, die onder de Franse en Nederlandse regimes op de zolders van het Nassaupaleis in Brussel ligt opgeslagen, wordt de eigendom van de jonge Belgische Staat. De verzameling groeit, wordt gediversifieerd en geeft in 1835 aanleiding tot de oprichting van het Museum van Oude Wapens, Harnassen, Kunstwerken en Numismatiek. In 1847 wordt ze overgeheveld naar de Hallepoort (een overblijfsel van de tweede Brusselse omwalling uit 1381) en krijgt dan de naam Koninklijk Museum voor Oudheden, Harnassen en Artillerie. De afdelingen Oudheden en Etnografie verhuizen in 1889 en 1906 naar het Jubelpark, maar de wapens en harnassen blijven in de Hallepoort, waardoor de stukken meteen ook een roepnaam verkrijgen. Het museum wordt omgedoopt tot de Koninklijke Musea voor Decoratieve en Industriële Kunsten (later de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis) en de Hallepoort wordt een bijhuis. Het gebouw blijkt na verloop van tijd ongeschikt als museum en moet in 1976 noodgedwongen de deuren sluiten.

Dit artikel is beschikbaar voor abonnees

Een abonnement kost slechts €59 euro per jaar  (leraren €55 en studenten €51) en je ontvangt daarvoor 6 publicaties.

Reeds abonnee? Dan kan je hier inloggen.

Abonnement

Een abonnement kost slechts €59 euro per jaar  (leraren €55 en studenten €51) en u ontvangt daarvoor 6 publicaties.

Abonnement online

Lees alle artikels van OKV online en doorzoek de voorbije vijftig jaargangen voor slechts €31.

Abonnement + Museumpas

Wie een nieuwe Museumpas (€62) aanschaft samen met een OKV-abonnement (€59) betaalt slechts €117 i.p.v. €121voor combi museumpas en abonnement.

Proefabonnement

Proef eens van OKV.
Voor €32 krijg je drie nummers toegestuurd.