OKV2003.2
Jeroen Bosch bekleedt in de Europese kunst van zijn tijd een uitzonderlijke plaats. Uiteraard was hij een vakman, maar dan wel eentje die met uitzonderlijk talent vorm wist te geven aan de obsessies en de angsten van zijn tijd. Vaak maakt hij daarbij gebruik van volkse gebruiken en aan de normen en waarden van de stedelijke burgerij, waartoe hijzelf ook behoorde. Door de eeuwen heen was zijn werk onderhevig aan de meest bizarre verklaringen en een grootse mythevorming.
Dit boek gaat uitgebreid in op de menselijke en geestelijke aspecten van zijn oeuvre, met veel aandacht voor de menselijke neiging tot het kwaad en het thema 'redding'. Dit laatste uiteraard te begrijpen in een religieuze context.
Een machtig boek is dit. Wie uit is op mooie reproducties komt echter bedrogen uit, dit is echt leesvoer. Het leest verbazend vlot voor een turf van dit kaliber en daar kan je als lezer alleen maar blij mee zijn.
Paul Van Den Broeck
Jheronimus Bosch, De verlossing van de wereld
LUDION, Amsterdam/Gent, 2002, ISBN 90-5544 362 8
Waarom is de Michelinster zo belangrijk voor een restaurant? En waarom wordt er nu zoveel belang aan gehecht in Nederland, terwijl men er twintig jaar geleden amper van opkeek? Omdat onze eetcultuur voortdurend evolueert natuurlijk. Hoe zat dat eigenlijk vroeger?
In verschillende hoofdtukken, het enige al iets wetenschappelijker dan het andere, komen we te weten hoe dat de voorbije 200 jaar zoal gegaan is. Mooi zijn de bijdragen waarin we beelden en advertenties te zien krijgen uit de jaren vijftig, en waarin ingeblikte frikadellen in tomatensaus als een unicum worden aangeprezen.
We doen het vaak, uit eten gaan, maar zo vanzelfsprekend is het blijkbaar niet. Een heel mooi hoofdstukje beschrijft de rituelen die komen kijken bij het nuttigen van 'een pakje friet'. Ook de onvermijdelijke mayonaise hoort erbij!
Een mooi werkje over een onlosmakelijk deel van onze cultuur. Meer van dit!
Marc Jacobs en Peter Scholliers
Buitenshuis eten in de Lage Landen sinds 1800
VUBPRESS, Brussel, 2002, ISBN 90 5487 339 6
De bekendste schilder van zijn tijd was hij, geen mens die dat nu nog weet. Laurens Alma Tadema was lid van de Britse Royal Academy. Hij was een Fries en kreeg zijn opleiding in Antwerpen. Daarna vertrok hij dan naar Londen. Aan die Nederlandse en Belgische jaren is nooit veel aandacht geschonken, tot nu.
In dit boek wordt uitgebreid nagegaan met wie Tadema heeft samengewerkt. Belangrijkste naam daarbij is de Haagse zeeschilder Mesdag, die toen in Brussel verbleef. Hij voerde een uitgebreide correspondentie met Tadema en die briefwisseling vormt het uitgangspunt van dit boek. Ze bleven elkaar schrijven, ook later toen ze elk hun eigen successen konden vieren. Het werk dat Tadema later in Londen maakte is virtuozer en rijper, maar net daarom is dit boek zo boeiend. Het is verschenen naar aanleiding van een tentoonstelling in het Haagse Mesdagmuseum en kan gezien worden als een catalogus. Maar het leest ontzettend vlot en is mooi geïllustreerd.
Maartje De Haan en Saskia De Bodt
Trots van toen. Laurens Alma Tadema in Nederland en België
LUDION, Amsterdam/Gent, 2003, ISBN 90 76583 52 8