OKV2022.4
Negen identieke huisjes, grenzend aan het door Lou Jansen en Rudi Schiltz ontworpen bolvormige atelier. Twee kleinere werkplekken, als iglo’s weggevlucht uit een album van Kuifje. Reeds vijftig jaar lang zoomt het Frans Masereel Centrum in op grafische technieken en organiseert het een internationale residentiewerking. Fotografe Louise D’Eer en ik trokken naar Kasterlee, doken even in de ervaring. Ik sprak er met directeur Stijn Maes, meesterdrukker Ivan Durt en twee kunstenaars uit de recentste groep residenten: Ash Kilmartin en Liesbeth Van Heuverswijn. Welke sporen laten de residenties en het jubileum na bij kunstenaars en instituut?
Het oorspronkelijke atelier van het Frans Masereel Centrum ontworpen door Lou Jansen
Foto : Louise D’Eer
De tijdlijn van het Frans Masereel Centrum start bij Fons Mertens (1941-2021). Deze Turnhoutenaar en student grafiek legde zich toe op lithografie (steendruk) en verzamelde op jonge leeftijd drukpersen die hij van de Oranjemolen in Turnhout overplaatste naar een leegstaande boerderij in Houtem: Atelier Grafiek. Later verhuisde hij alles naar de huidige locatie in het centrum in Kasterlee. Op initiatief van Frans van Mechelen – de toenmalige Minister van Nederlandse Cultuur – werd deze plek op 14 januari 1972 door de overheid overgenomen. De toenmalige naam ‘Rijkscentrum voor Grafische Kunsten Frans Masereel’ verkreeg het instituut nadat Masereel eerder dat jaar kwam te overlijden. Aangezien het centrum door de Vlaamse Overheid gesubsidieerd wordt, moet het verantwoording afleggen voor innovatie. De kunstenaars betalen een flink bedrag voor hun residentie en de plek onderzoekt pistes om meer inclusief te zijn. Ook kunstenaars uit het Midden-Oosten en Midden-Afrika moeten hun weg vinden naar Kasterlee. Het centrum heeft gesprekken lopende met lokale private foundations in landen waar dat minder vanzelfsprekend lijkt.