In het jaar 1520

Anno 1520. Op donderdag na Sint-Kiliaan ben ik, Albrecht Dürer, op eigen onkosten en uitgaven, met mijn vrouw van Neurenberg uit op reis gegaan naar de Nederlanden.

Zo vat de befaamde Duitse renaissance graveur-schilder Albrecht Dürer (1471-1528) zijn reisverslag aan. Op 12 juli 1520 vertrekt hij vanuit zijn geboortestad Neurenberg met zijn vrouw Agnes Frey en zijn dienstmeid Susanna naar Antwerpen. Een vluchtige lezer van zijn ‘dagboek’ struikelt voortdurend over Dürers bemerkingen met betrekking tot zijn uitgaven, die niet steeds iets opleveren. De grote humanist lijkt wel een kleine middenstander die op elke cent kijkt. Het zijn dan ook geldzorgen die de kunstenaar naar de Zuidelijke Nederlanden laat afreizen. Komt hij niet rond? Gaat het bergaf?

Albrecht Dürer, detail Een vrouw in Nederlandse kledij

Albrecht Dürer, detail Een vrouw in Nederlandse kledij, 1521, penseel en zwarte verf, gehoogd met witte verf, op grijs-paars geprepareerd papier, 280 x 211 mm

Ik tekende twee Nederlandse kostuumstudies ook in zwart en wit op grijs papier. In 1521 gebruikt Dürer deze kledijstudie voor een vrouwelijke figuur in een tekening van de graflegging van Christus. Albertina Museum, Wenen

Dürer zoekt subsidies

In Neurenberg is Albrecht Dürer een befaamde schilder die tot de gegoede middenklasse behoort. Zijn gravures zijn fel gegeerd tot in het buitenland. Naast eigen creaties werkt hij voor de stad Neurenberg. Hij zit er dus warmpjes bij. Maar toch.

In 1515 arbeidt hij aan een immense gravure voor keizer Maximiliaan van Oostenrijk. De keizer is wel gul met artistieke opdrachten, maar minder happig om netjes te betalen. Via een officieel privilegie maakt hij er zich gemakkelijk van af. Op 6 september 1515 verleent hij aan Dürer een jaarlijkse lijfrente van wel honderd Rijnlandse guldens. Hiermee zou Dürer gedurende twee jaren aangenaam kunnen leven. Het addertje in het gras is wel dat de stad Neurenberg de rente dient te betalen. De stadsraad loopt niet hoog op met deze financiële regeling. Bijgevolg kost het Dürer de nodige moeite om jaarlijks zijn lijfrente uitgekeerd te krijgen. Na het overlijden van de keizer in januari 1519 stopt Neurenberg de gewraakte rente. Dürer besluit de toekomstige keizer persoonlijk te overtuigen van de noodzaak. Zijn geldzorgen zetten hem ertoe aan een reis te ondernemen naar de Zuidelijke Nederlanden, op zoek naar een persoonlijke ontmoeting met keizer Karel V.

Op weg naar Antwerpen

En ik heb een overeenkomst gemaakt om mijn goederen van Frankfort naar Mainz te vervoeren, voor 1 fl. en twee weisspfenningen.

Via Bamberg, Frankfurt, Mainz en Keulen vaart Dürer over de Main en de Rijn naar de Lage Landen. Hij maakt zich op voor een langdurig verblijf. In zijn omvangrijke bagage zitten ook meerdere gravures van zijn hand, opgeborgen in vochtvrije houten vaatjes. Met de verkoop van de prenten kan hij een deel van zijn kosten dekken. In de praktijk gebruikt hij ze vaker als presentje of ruilmiddel voor artistiek werk van zijn Zuid-Nederlandse collega’s. Wat hij zich op het eind van zijn reis lijkt te beklagen, bij het overschouwen van zijn fikse uitgaven.

Dit artikel is beschikbaar voor abonnees

Een abonnement kost slechts €59 euro per jaar  (leraren €55 en studenten €51) en je ontvangt daarvoor 6 publicaties.

Reeds abonnee? Dan kan je hier inloggen.

Abonnement

Een abonnement kost slechts €59 euro per jaar  (leraren €55 en studenten €51) en u ontvangt daarvoor 6 publicaties.

Abonnement online

Lees alle artikels van OKV online en doorzoek de voorbije vijftig jaargangen voor slechts €31.

Abonnement + Museumpas

Wie een nieuwe Museumpas (€62) aanschaft samen met een OKV-abonnement (€59) betaalt slechts €117 i.p.v. €121voor combi museumpas en abonnement.

Proefabonnement

Proef eens van OKV.
Voor €32 krijg je drie nummers toegestuurd.