Portret van Augustus Welby Northmore Pugin, Jean Baptiste de Bethune

Portret van Augustus Welby Northmore Pugin, in een neogotisch kader van de hand van Bethune, ca. 1850.

Jean Baptiste Bethune en de internationale neogotiek

In de negentiende eeuw is België brandpunt en draaischijf van de vernieuwing van de bouwkunst. Alle stromingen van die tijd, en dat zijn er heel wat, komen bij elkaar in de steden en dorpen. Ze veranderen het stedelijk silhouet en het landschap ingrijpend. Daarvan getuigt het werk van bouwmeesters als Joseph Poelaert (1817-1879), Henri Beyaert (1823-1894), Louis Delacenserie (1838-1909) en vele anderen. De verspreiding van bouwstijlen als neoclassicisme, neogotiek, eclecticisme, neorenaissance en later ook art nouveau wordt vergemakkelijkt door de aanleg van spoorlijnen, kanalen, bruggen en wegen en niet te vergeten de publicatie van tal van handboeken en tijdschriften. Technische vernieuwing en industrialisatie gaan samen, maar die vernieuwingen worden veelal gehuld in vormen uit het verleden.

Wie nu het kerkdorp Vivenkapelle bij Brugge of het begijnhof van Sint-Amandsberg bezoekt, waant zich even in de Vlaamse middeleeuwen. Maar dan blijkt dat die sites ontworpen zijn door een grootmeester van de negentiende-eeuwse neogotiek, Jean Baptiste Bethune. Deze ontwerper werd door zijn vriend, de dichter Guido Gezelle, ook wel ‘Jan gotiek’ genoemd. Het is een uitzonderlijke prestatie die hij leverde, om in een nijvere eeuw terug te grijpen op de gotiek van de middeleeuwen, en daarbinnen dan ook nog de gotiek van de dertiende eeuw en regionale varianten van de Brugse baksteenstijl uit de vijftiende eeuw.

Jean Baptiste Bethune Portret van Jean Baptiste Bethune

Portret van Jean Baptiste Bethune, gepubliceerd in Helbig, Le Baron Bethune, Lille, 1906.
Leuven, KADOC-KU Leuven: KC186

Is zijn werk hierin uitzonderlijk? En hoe is de positie van Bethune in het kader van de internationale neogotiek? Hoe verhoudt hij zich tot erkende grootmeesters als de Engelsman Augustus Welby Northmore Pugin, de Franse architect Eugène Emmanuel Viollet-le-Duc en de Nederlandse bouwmeester Pierre Cuypers?

Dankzij alle nieuwe mogelijkheden tot communicatie krijgt de neogotiek een brede verspreiding in heel West-Europa. Denk daarbij aan de parlementsgebouwen van Londen en Boedapest, de stadhuizen van Wenen en München en kathedraalachtige kerken als de Weense Votivkirche of de Sainte Clothilde in Parijs. De voorvechters van de neogotiek als christelijke stijl vinden elkaar op het Antwerpse kunstcongres van 1861 en op de Mechelse congressen van 1863, 1864 en 1867. Daar ontmoet Bethune onder meer de Duitse parlementariër en schrijver August Reichensperger (1808-1895), de Nederlander Joseph Alberdingk Thijm (1820-1889) en James Weale (1832-1917). Hij kent ook Viollet-le-Duc, Charles de Montalembert (1810-1870) en de Luikse kunstenaar Jules Helbig (1821-1906), die later zijn leven en werk zal beschrijven.

Dit artikel is beschikbaar voor abonnees

Een abonnement kost slechts €59 euro per jaar  (leraren €55 en studenten €51) en je ontvangt daarvoor 6 publicaties.

Reeds abonnee? Dan kan je hier inloggen.

Abonnement

Een abonnement kost slechts €59 euro per jaar  (leraren €55 en studenten €51) en u ontvangt daarvoor 6 publicaties.

Abonnement online

Lees alle artikels van OKV online en doorzoek de voorbije vijftig jaargangen voor slechts €31.

Abonnement + Museumpas

Wie een nieuwe Museumpas (€62) aanschaft samen met een OKV-abonnement (€59) betaalt slechts €117 i.p.v. €121voor combi museumpas en abonnement.

Proefabonnement

Proef eens van OKV.
Voor €32 krijg je drie nummers toegestuurd.