OKV2020.5
Het FeliXart Museum te Drogenbos heeft er een handje van weg om ons met de regelmaat van de klok met minder voor de hand liggende en daarom boeiende tentoonstellingen te verrassen. Zo kunnen wij er vandaag terecht om kennis te maken met het vroegste werk van Camiel Van Breedam.
Camiel Van Breedam in zijn atelier
Naast enkele objecten van afwijkende factuur, zijn het vooral abstracte schilderijen met een witte achtergrond en minimalistische ingrepen, tekens, lijnen, geabstraheerde vormen; een veertigtal werken in totaal. Camiel Van Breedam (° 1936) noemt dit zijn ‘witte werken’. Hij heeft ze nooit eerder allemaal bij elkaar gezien en is erg enthousiast: “De mensen van het museum hebben schitterend werk geleverd. Het is de eerste keer dat ik mij met de ophanging niet heb bemoeid en het resultaat is perfect. Een dikke pluim voor de vormgever (bedoeld wordt technisch curator Rik Rommens). Kijk naar om het even welke wand en het is precies of die werken gemaakt werden om bij elkaar te hangen. Geweldig.”
Van in den beginne – en dat brengt ons terug tot het jaar 1956 – heeft Van Breedam een eigen techniek ontwikkeld. Als achtergrond van zijn schilderijen brengt hij een monochrome laag plamuur aan. “Dat was een constante. Ik bewerkte die dan met een glacis, om de materie een bepaalde textuur te geven. Ik werkte naar een patine toe, met doorleefde materialen.”
Uit die materie verheffen zich dan vormen, de objecten die erin gevangen zitten. Het zijn stukjes metaal van onbestemde origine, soms samengeklit tot een donkere specie, maar meer en meer zijn het voorwerpen die in een vroeger stadium van hun bestaan een nutsfunctie hadden: oud keukengerei, een stuk gereedschap, kippengaas, sleutels, een stuk van een muizenval, een fietsketting. Van Breedam: “Mensen maken er een sport van om de gebruikte voorwerpen te identificeren, maar dat is niet de essentie. Absoluut niet.”