OKV2001.1
Op de historische site van het vroegere Tiense Vredegerecht annex stadsgevangenis zal in de zeer nabije toekomst een heus museumcomplex tot stand komen, bestaande uit het op 10 september 1999 heropende Stedelijk Museum 'het Toreke' en het voorlopig nog in de steigers staande 'Suikermuseum'.
De gerestaureerde voorgevel van het Stedelijk Museum 'het Toreke'
Tijdens het Ancien Régime beschikte Tienen over een eigen stedelijke militie of 'garde' van weerbare mannen die de wachtbeurten aan de stadspoorten dienden te verzorgen. Ten behoeve van dit korps werden wachthuizen ingericht. In de zeventiende eeuw werd melding gemaakt van een dergelijk wachthuis of corps de garde tegenover het huis 'de Kruiwagen' op de Grote Markt. Nadat de magistraat in 1724 de grond van dit pand had weten te verwerven, werd hier een totaal nieuw corps de garde opgetrokken dat van meet af aan meerdere bestemmingen kreeg. Zo werd het onder het Franse bewind de uitvalsbasis van het pas opgerichte politiekorps. Toen het ook nog onderdak moest bieden aan het nieuw gecreëerde Vredegerecht van het kanton Tienen, het bureau van de burgerlijke godshuizen en het bureau van de octrooien begon men vanaf 1810 plannen te maken voor uitbreidingen. Voor dit doel werd het aanpalende huis 'de Koning van Polen' aangekocht. De eigenlijke verbouwingen werden pas in 1846 door stadsarchitect François Drossaert uitgevoerd.
In het nieuwe corps de garde kregen later ook de tekenschool, het bureau van openbare werken en het bureau van de burgerwacht hun thuishaven. De diensten van de vrederechter, die vanaf 1892 de volledige eerste verdieping in beslag namen, waren echter zo expressief aanwezig dat de benaming Vredegerecht gaandeweg de oude benaming corps de garde verdrong. Toch bleef tot ver in de twintigste eeuw de volkse naam kottegoar verder leven.