Inleiding

Nadat Till-Holger Borchert (conservator Groeningemuseum, Brugge) in 2002 de belangrijke tentoonstelling De eeuw van Jan van Eyck had gemaakt, wilde hij op hetzelfde elan verdergaan. In De eeuw van Jan van Eyck had hij samen met een groep specialisten de invloed die de Vlaamse Primitieven op het zuiden uitgeoefend hadden onderzocht. De weerklank van de Italiaanse renaissance hoeven we niet te onderstrepen, maar dat men ook ten zuiden van de Alpen, of elders in zuiders Europa, onder de indruk was van de vijftiende-eeuwse kunst uit de Bourgondische Nederlanden, is minder belicht. Uitwisseling en beïnvloeding zijn vitale processen, maar vormen struikelblokken voor de veralgemenende kunstgeschiedenis.

Gebroeders van Eyck, De aanbidding van het Lam Gods, Vlaamse Primitieven,

Gebroeders van Eyck, De aanbidding van het Lam Gods, gesloten paneel van 'De engel Gabriël brengt de Boodschap aan Maria', 1432, olieverf op paneel, Sint-Baafskathedraal, Gent
 

Deze keer richt men de blik naar het oosten. Het cultuurfestival Brugge Centraal behandelt de culturele uitwisseling tussen de Nederlanden en Centraal- en Oost-Europa. In de kunsthistorische expo Van Eyck tot Dürer: de Vlaamse Primitieven en Centraal-Europa, 1430-1530 kijkt Borchert samen met zijn medecurator Antje-Fee Köllermann en een team van specialisten naar wat die invloed op kunstvlak precies inhield. Van het huidige Duitsland tot Oostenrijk en Bohemen, van Hongarije tot Transsylvanië, van Polen tot de Hanzesteden en de Baltische regio: alle kwamen onder de invloedssfeer van Van Eyck en co.

Borchert getuigt dat voorheen het nationalisme in sommige landen van Centraal-Europa de wetenschappelijke duiding wat compromitteerde. Men maakte een opdeling tussen nationale en kunsthistorische musea, waardoor collecties met middeleeuwse kunst uit hun context gehaald werden. Landen die opgedeeld werden en voor een autonome koers kozen, hielden er niet echt van om de kunstproductie in een groter geheel onder te brengen. Men zag de oude kunst liever als vruchten van de creativiteit van de prille natie. Kunst houdt zich evenwel niet aan staatkundige grenzen: schetsen en mensen zijn niet lethargisch van aard. Kunstenaars waren mobiel: dezelfde man die beeldhouwde voor de Bourgondische hertog kon zijn geluk beproeven bij de concurrerende broer kilometers verderop.

De aanbidding van het Lam Gods (1432) van de Gebroeders van Eyck was voor vele kunstenaars de Heilige Schrift, net zozeer als de muurschildering van De Heilige Drie-eenheid door Masaccio in Santa Maria Novella in Firenze dat voor de mathematische perspectief was. De invloed van Jan van Eyck en zijn collega's was enorm. Men keek begerig en gretig naar het westen. Stephan Lochner, Martin Schongauer, Albrecht Dürer en vele andere artiesten werden diepgaand beïnvloed door kunstenaars uit de Zuidelijke Nederlanden. Maar beïnvloeding is nooit een kwestie van eenrichtingsverkeer. In de vijftiende en de zestiende eeuw werd overal gesprokkeld en was er sprake van wisselwerking. Wetenschappers vragen zich af hoe iemand precies aan een visuele bron kwam. Ging hij het Lam Gods ter plaats bekijken of kreeg hij een schets of een gravure van een bevriend kunstenaar onder ogen? En wat ving hij dan precies met die visuele schat aan? Kopiëren of adapteren?

Men stelt dat het ingang doen vinden van het nieuwe sneller verloopt wanneer er fysiek contact van mensen plaatsgrijpt. Communicatie is een stuk directer dan het geschreven woord. Met beelden verloopt dat anders: de onmiddellijke impact van het beeld - de kern van plastische kunst - is de sterkste transmittor. Kunstenaars trokken vanuit de perifere gebieden naar de artistieke centra. Kunstwerken maakten niet zelden de reis in omgekeerde richting.

Toen Dürer op het toneel verscheen, oefende hij op zijn beurt invloed uit. Hij had vaak naar de kunstwerken uit het westen gekeken, na 1500 keek men vooral naar hem. Dat was ook zo toen hij in 1520 naar de Nederlanden reisde en halt hield in verschillende steden bij bevriende kunstenaars. En wat met al zijn collega's uit Centraal- en Oost-Europa? Sommigen zoals Cranach en Holbein kennen we wel, maar het gros kennen we volstrekt niet. Een behoorlijk aantal, zoals Michiel Sittow uit Estland, werd zelf bekend als Vlaams Primitief. Mobiliteit, overdracht van beelden en beïnvloeding in de kunst overstijgen de kunstmatige landsgrenzen. De vinger precies op de wond leggen is een onmogelijke zaak, maar duidende voorbeelden aanhalen en tendensen blootleggen zullen we in deze bijdrage doen.

Dit artikel is beschikbaar voor abonnees

Een abonnement kost slechts €59 euro per jaar  (leraren €55 en studenten €51) en je ontvangt daarvoor 6 publicaties.

Reeds abonnee? Dan kan je hier inloggen.

Abonnement

Een abonnement kost slechts €59 euro per jaar  (leraren €55 en studenten €51) en u ontvangt daarvoor 6 publicaties.

Abonnement online

Lees alle artikels van OKV online en doorzoek de voorbije vijftig jaargangen voor slechts €31.

Abonnement + Museumpas

Wie een nieuwe Museumpas (€62) aanschaft samen met een OKV-abonnement (€59) betaalt slechts €117 i.p.v. €121voor combi museumpas en abonnement.

Proefabonnement

Proef eens van OKV.
Voor €32 krijg je drie nummers toegestuurd.