OKV2018.4
Het MSK in Gent leende schilderijen en tekeningen van Gaspar de Crayer uit aan het Musée de Flandre in Kassel. Ze maken er deel uit van de expo Tussen Rubens en Van Dyck: Gaspar de Crayer. Het MSK zet zelf ook deze barokschilder in de kijker en focust op zijn nauwe band met Gent.
Jacob Neeffs, naar Antoon van Dyck, Portret van Gaspar de Crayer, gravure, 116 x 169 mm MUSEUM PLANTIN-MORETUS, ANTWERPEN/COLLECTIE PRENTENKABINET, ANTWERPEN – UNESCO WERELDERFGOED
Met in zijn kielzog een stoet van edelen en notabelen reed Ferdinand van Oostenrijk op 4 november 1634 Brussel binnen. Een jaar na het overlijden van zijn tante Isabella Clara Eugenia konden de Zuidelijke Nederlanden weer een landvoogd van koninklijken bloede verwelkomen. Als jongen was Ferdinand tot kardinaal gecreëerd en er leek een carrière binnen de Kerk weggelegd voor hem, maar het bleek al gauw dat zijn interesse eerder uitging naar vrouwelijk schoon, de jacht en de krijgskunst. Op vijfentwintigjarige leeftijd beleefde kardinaal-infant Ferdinand nu zijn hoogtepunt: twee maanden eerder hadden zijn troepen bij de slag van Nördlingen de anti-Habsburgse coalitie van Zweden en protestantse prinsen een zware nederlaag doen lijden.
Zoals de traditie voorschreef, werd de nieuwe landvoogd officieel ontvangen in de voornaamste steden. Voor de Blijde Inkomst in Antwerpen in april 1635 werden kosten noch moeite gespaard door de stadsmagistraat: de opdracht voor het ontwerp van de versieringen werd toevertrouwd aan Peter Paul Rubens (1577-1640), die in hoog aanzien stond bij Ferdinands broer, koning Filips IV. Maar ook in Gent werd de kardinaal-infant met de nodige luister ontvangen. Van de twee triomfbogen op de Vrijdagmarkt was er één ontworpen door lokale kunstenaars en één – versierd met taferelen van de roemruchte daden van Ferdinands in Gent geboren overgrootvader Karel V – door de in Brussel verblijvende schilder Gaspar de Crayer (1584-1669).
Het jaar daarop werd De Crayer door Ferdinand benoemd tot hofschilder. Hij had op dat moment al een serieuze reputatie als portrettist. Samen met Rubens en Antoon van Dyck (1599-1641) behoorde hij tot de vaandeldragers van de barok in de Zuidelijke Nederlanden. Maar waar die twee vandaag nog steeds internationale publiekstrekkers zijn – de Rubens-tentoonstelling in het Städel in Frankfurt was dit voorjaar goed voor meer dan 110.000 bezoekers –, is De Crayer sinds de negentiende eeuw nog maar weinig bekend. Wie zich vertrouwd wil maken met zijn oeuvre, krijgt daar dit najaar de kans toe in het Musée de Flandre in Kassel, dat eerder al uitpakte met monografische tentoonstellingen rond Vlaamse kunst. Tegelijk presenteert het Museum voor Schone Kunsten in Gent enkele monumentale werken die te groot zijn om naar Kassel af te reizen en een selectie tekeningen. Het MSK wil vooral de band tussen De Crayer en Gent voor het voetlicht brengen, de stad waar hij aan het einde van zijn leven verbleef en die meer van zijn werken herbergt dan eender welke andere.