OKV2023.5
De verstilde en gestileerde baadster, erg mooi belicht, is goed gekozen als coverbeeld. Haar bobkapsel stond in de jaren twintig en dertig zowat symbool voor de vrouwenemancipatie. Dat de beeldhouwer Yvonne Serruys (1873-1953) moderner was dan tot nog toe werd gedacht, is een van de redenen om haar te leren kennen, haar boeiende leven een andere. Daartoe helpen een tentoonstelling en een blijvende Serruys-wandeling in haar geboortestad Menen, die ze een groot deel van haar werken naliet.
Wie het boek leest, krijgt daar ook geen spijt van. De auteur Marjan Sterckx (1978) schreef het samen met co-experten en enkele van haar masterstudenten kunstwetenschappen aan de UGent. Je kan gelijk waar beginnen te lezen, want elk hoofdstuk heeft een andere insteek. Bij haar indrukwekkende Parijse netwerk bijvoorbeeld, met daarin meerdere Nobelprijswinnaars, of bij haar jeugdjaren in de Menense Ieperstraat (nu nummers 26- 28), met een tuin die toen tot aan de Leie liep. Nieuwe plaatsbezoeken aan haar opeenvolgende ateliers - tot achter een boekenkast toe, waar nog een wandschildering van Serruys schuilgaat - en net op tijd teruggevonden memoires zorgen voor heel wat nieuw materiaal sinds Sterckx eind jaren negentig haar thesis wijdde aan de beeldhouwer.